ECLI:NL:OGEAA:2022:74
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring verzet tegen dwangbevel tot betaling boete Curado Aruba
Curado Aruba werd door de Centrale Bank van Aruba (CBA) een bestuurlijke boete van AWG 225.000,- opgelegd wegens overtredingen van anti-witwaswetgeving en toezichtwetgeving. Na bezwaar en beroep tegen het boetebesluit werd een dwangbevel uitgevaardigd wegens niet-betaling. Curado Aruba stelde verzet in tegen het dwangbevel en vorderde opschorting van de tenuitvoerlegging en opheffing van derdenbeslag.
Het Gerecht oordeelde dat het verzet tijdig en rechtsgeldig was ingediend, waardoor de tenuitvoerlegging geschorst werd. Curado Aruba voerde dat het dwangbevel misbruik van bevoegdheid was en dat het boetebesluit ernstige gebreken vertoonde. Het Gerecht stelde vast dat het bezwaar en beroep geen schorsende werking hebben, maar dat CBA niet moedwillig naliet te beslissen op bezwaar. Het boetebesluit was voldoende gemotiveerd en niet evident disproportioneel.
De vrees voor financiële schade aan de moedermaatschappij werd niet onderbouwd en het beslag werd niet onrechtmatig gelegd omdat CBA pas na kennisname van het verzet beslag legde. Het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de ongegrondverklaring van het verzet werd afgewezen omdat geen sprake was van een duidelijk kansloos verzet.
Uiteindelijk werd het verzet ongegrond verklaard, de vorderingen van Curado Aruba afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en Curado Aruba wordt veroordeeld in de proceskosten.