AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontheffing gezag moeder en toewijzing voogdij aan Fundacion Guia Mi over minderjarigen
De Voogdijraad verzocht om ontheffing van het gezag van de moeder over haar twee minderjarige kinderen en om de voogdij toe te wijzen aan Fundacion Guia Mi. De moeder oefende tot dan toe het gezag alleen uit, maar de kinderen waren al langere tijd onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege zorgen over hun veiligheid en opvoeding.
De procedure omvatte een verzoekschrift, een zitting met gesloten deuren en rapportage van de Voogdijraad. Uit het dossier en de zitting bleek dat de moeder ongeschikt is haar opvoedingsplicht te vervullen. Zij heeft sinds 2019 afstand genomen van een kind wegens gedragsproblemen en toont weinig betrokkenheid, terwijl de kinderen in pleegzorg of bij familie verblijven. Huiselijk geweld en disfunctionele relaties speelden een rol.
De rechter oordeelde dat de voorwaarden voor ontheffing van het gezag, zoals neergelegd in artikel 1:266 enPro 1:268 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, zijn vervuld. Ondanks verzet van de moeder is de ontheffing gerechtvaardigd omdat de veiligheid en het belang van de kinderen dit vereisen. De voogdij wordt toegewezen aan Fundacion Guia Mi, die bereid is deze taak op zich te nemen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het gezag en de voogdij wordt toegewezen aan Fundacion Guia Mi.
Uitspraak
Beschikking van 22 maart 2022
Behorend bij EJ nr. AUA202103760
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd.
tegen
[Naam verweerster],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna: de moeder,
procederend in persoon.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[Minderjarige I],geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba, hierna [Minderjarige I],
[Minderjarige II],geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba, hierna [Minderjarige II],
hierna samen aan te duiden als: de minderjarigen,
[Naam vader I],de vader van [Minderjarige I]
[Naam vader II],de vader van [Minderjarige II],
Fundacion Guia Mi.
1.DE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift, ingediend op 10 december 2021,
de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 8 februari 2022, in aanwezigheid van de moeder in persoon, de vader van [minderjarige I] in persoon en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw Y. Maduro.
1.2
De uitspraak is bepaald op heden.
2.DE FEITEN
2.1
De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit. De minderjarigen zijn ieder door hun vader erkend.
2.2
Het openbaar ministerie heeft de minderjarigen op 7 december 2017 voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd met uithuisplaatsing. Deze maatregel is op 20 februari 2018 bekrachtigd waarbij de minderjarigen voor de duur van 3 maanden voorlopig aan de Voogdijraad zijn toevertrouwd. De maatregel werd diverse keren verlengd.
2.3
Bij beschikking van dit gerecht van 8 januari 2019, behorende bij AUA201803455, zijn de minderjarigen voor de duur van één jaar onder toezicht gesteld met uithuisplaatsing.
2.4
Bij beschikking van dit gerecht van 24 november 2020, behorende bij AUA201904206, zijn de minderjarigen nogmaals voor de duur van één jaar onder toezicht gesteld, met plaatsing van Jelitxa in het kindertehuis Imeldahof.
2.5 [
Minderjarige I] woont sinds eind juli 2021 bij oma vaderszijde [naam oma vaderszijde]. De vader van [minderjarige I] is akkoord met deze plaatsing.
2.6 [
Minderjarige II] woont sinds augustus 2021 bij een pleeggezin. De ouders zijn niet akkoord met deze plaatsing.
2.7
Het kleine broertje van [minderjarige II] genaamd [naam kleine broertje] zit in het kindertehuis Casa Cuna.
3.HET VERZOEK
Het verzoek strekt ertoe om de moeder van het gezag te ontheffen en om Fundacion Guia Mi met de voogdij over de minderjarigen te belasten.
4.DE BEOORDELING
4.1
Ingevolge artikel 1:266 vanPro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) kan de rechter - op verzoek van de Voogdijraad - een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet. Ingevolge artikel 1:268 lid 1 BWAPro wordt ontheffing niet uitgesproken indien de ouder zich daartegen verzet. Deze regel leidt slechts uitzondering indien er sprake is van een van de situaties als bedoeld in lid 2, onder a tot en met d, van dit artikel.
4.2
De moeder is het niet eens met de verzochte ontheffing.
4.3
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende komen vast te staan dat de moeder ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarigen te vervullen.
4.4
In het rapport van de Voogdijraad staat - samengevat - het volgende. De moeder heeft sinds april 2019 afstand genomen van [minderjarige I], wegens volgens de moeder gedragsproblemen van de minderjarige. Het contact tussen de moeder en [minderjarige I] is minimaal. De moeder toont een koude en afstandelijke houding naar de minderjarige toe en staat niet open om met oma vaderszijde te zitten om concrete bezoek afspraken te maken. De moeder wil geen contact met oma vaderszijde en toont geen enkel initiatief om [minderjarige I] te zien hoewel zij weet dat [minderjarige I] meer fysiek contact met haar wil hebben.
De moeder wil niet kennis maken met het pleeggezin van [minderjarige II] en wil ook geen contact met het pleeggezin. Dit kan eventueel negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling van [minderjarige II]. De moeder en de vader van [minderjarige II] hebben jarenlang een disfunctionele relatie gehad die gepaard ging met huiselijk geweld. In maart 2021 was [minderjarige II] tijdens een bezoekmoment getroffen door de vader tijdens een ruzie met de moeder. Hierna werd bezoek gelimiteerd tot in Casa Cuna en onder toezicht. De moeder geeft aan dat zij de relatie met de vader van [minderjarige II] heeft beëindigd, maar ze hebben nog steeds contact en raadsonderzoeker heeft gedurende bezoekmomenten gezien dat zij nog steeds een goede connectie met elkaar hebben. Hierdoor blijft het onduidelijk of hun relatie deze keer echt beëindigd is. De ondertoezichtstellingen hebben niet het beoogde resultaat bereikt. Het lukt de moeder niet om een veilige en stabiele plek voor de minderjarigen te creëren en niet te verwachten is dat dit binnen afzienbare tijd zal veranderen.
4.5
Nu de moeder zich tegen de ontheffing verzet, dient voorts beoordeeld te worden of zich één van de situaties genoemd in artikel 1:268 lid 2 BWAPro voordoet. Er is in casu sprake van de situatie als bedoeld in artikel 1:268 lid 2 aanhefPro en onder a BWA, te weten dat na een ondertoezichtstelling van ten minste zes maanden gegronde vrees bestaat dat deze maatregel - door de ongeschiktheid of onmacht van de ouder om zijn plicht tot verzorging of opvoeding te vervullen - onvoldoende is om het kind voor zedelijke of lichamelijke ondergang te behoeden.
4.6
Gebleken is dat de gronden voor de ondertoezichtstelling - na ruim twee jaar - nog onverminderd aanwezig zijn. Het lukt de moeder niet om een veilige en stabiele plek voor de minderjarigen te creëren en niet te verwachten is dat de situatie binnen afzienbare tijd zal veranderen.
4.7
Nu gelet op het voorgaande aan de voorwaarden tot ontheffing genoemd in artikel 1:266 joPro 1:268 lid 2 aanhef en sub a BWA is voldaan, zal het gerecht de verzochte ontheffing in het belang van de minderjarigen uitspreken.
4.8
In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. De Fundacion Guia Mi is bereid de voogdij over de minderjarige te aanvaarden. Nu overigens niet is gebleken van bezwaren hiertegen, zal het gerecht het verzoek van de Voogdijraad om de Fundacion Guia Mi te belasten met de voogdij, toewijzen.
5.DE BESLISSING
Het gerecht:
ontheft de moeder [verweerster] van het gezag over [minderjarige I], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba en [minderjarige II], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,
draagt aan de Fundacion Guia Mi de voogdij op over de minderjarigen voornoemd,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven op 22 maart 2022 door de rechter mr. E.M.D. Angela in tegenwoordigheid van de griffier.