ECLI:NL:OGEAA:2022:569
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling geldlening afgewezen wegens onredelijkheid en onnodigheid beslag
Island Finance en [gedaagde] sloten op 21 maart 2017 een overeenkomst van verbruikleen waarbij Island Finance een bedrag van Afl. 13.293,71 uitleende aan [gedaagde], die dit in 48 termijnen van Afl. 462,71 zou terugbetalen. Door de covidpandemie werd een betalingsregeling getroffen waarbij [gedaagde] minder betaalde dan oorspronkelijk overeengekomen.
Ondanks deze regeling droeg Island Finance de vordering op 30 juni 2021 ter incasso over aan een advocaat zonder [gedaagde] hiervan op de hoogte te stellen. [gedaagde] betaalde op 2 juli 2021 nog Afl. 300,- aan Island Finance, maar deze betaling werd niet verwerkt in het incasso-overzicht. Vervolgens werd conservatoir derdenbeslag gelegd en een vordering ingediend.
Het gerecht oordeelde dat het beslag onnodig en onredelijk was omdat [gedaagde] zich aan de betalingsregeling hield en niet op de hoogte was van de incasso-overdracht. De gevorderde hoofdsom werd toegewezen verminderd met de reeds betaalde Afl. 300,-, zonder boeterente of incassokosten. De proceskosten en beslagkosten werden afgewezen wegens onnodigheid en onredelijkheid.
Uitkomst: De vordering wordt toegewezen verminderd met reeds betaalde bedragen zonder boeterente en incassokosten; proceskosten worden afgewezen.