Uitspraak
[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiseres heeft de erven van de overledene gedagvaard om betaling van begrafeniskosten of overname van aansprakelijkheid. De erven zijn erfgenamen onder testamentair bewind, waarbij zij tot hun 25e jaar niet zelfstandig over de nalatenschap kunnen beschikken. Daarnaast is de nalatenschap beneficiair aanvaard, wat inhoudt dat schulden uit de nalatenschap moeten worden voldaan door de vereffenaar.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet-ontvankelijk is omdat de vordering jegens de erven in persoon is ingesteld, terwijl de bewindvoerder had moeten worden gedagvaard. De begrafeniskosten zijn schulden van de nalatenschap en dienen uit de nalatenschap te worden voldaan. Indien de nalatenschap onvoldoende baten heeft, hoeven de minderjarige erven het tekort niet uit eigen vermogen te voldoen.
De rechtbank compenseert de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De vordering wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, mede vanwege het testamentaire bewind en de wijze van aanvaarding van de nalatenschap.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot betaling van begrafeniskosten wegens testamentair bewind en beneficiaire aanvaarding.