ECLI:NL:OGEAA:2022:411
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen fictief afwijzing bezwaar asielaanvraag wegens onvoldoende motivering
Appellant, een Venezolaanse nationaliteit dragende man, diende op 4 mei 2018 een asielaanvraag in Aruba in, nadat hij als toerist was binnengekomen en niet was vertrokken. De aanvraag werd op 23 december 2021 afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen deze beschikking, waarop geen beslissing werd genomen, waarna hij beroep instelde tegen het uitblijven van een beslissing.
Appellant stelde dat de overheid onvoldoende onderzoek had gedaan naar de bedreigingen tegen zijn moeder en de situatie in Venezuela, en dat de afwijzing in strijd was met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel. Verweerder stelde dat appellant niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag, omdat geen sprake was van vervolging door de staat en dat de geloofwaardigheid van appellant werd betwijfeld vanwege het late asielverzoek.
Het gerecht oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij gegronde vrees voor vervolging had, noch dat hij risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Tevens was de afwijzing van het bezwaar niet gemotiveerd, waardoor de fictief afwijzende beslissing niet in stand kon blijven. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.