Uitspraak
1.HET VERDERE PROCESVERLOOP
2.DE VERDERE BEOORDELING
3.DE BESLISSING
4 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak stond de vraag centraal of het bestaande eenhoofdig gezag door de vader over de minderjarige moest worden gehandhaafd. De Voogdijraad had een rapport opgesteld waarin werd aangegeven dat de minderjarige sinds twee jaar feitelijk bij de moeder woont en het beter gaat met haar sinds die tijd. De minderjarige voelde zich niet goed bij de vader vanwege de behandeling door nieuwe gezinsleden en had weinig contact met hem.
De vader erkende dat de situatie veranderd was maar pleitte voor gezamenlijk gezag, verwijzend naar het uitgangspunt van het Burgerlijk Wetboek van Aruba en de leeftijd van de minderjarige. De moeder was het eens met het rapport en het advies van de Voogdijraad om het gezag aan haar toe te wijzen.
Het gerecht oordeelde dat gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige is vanwege de blijvende slechte communicatie en ruzies tussen de ouders. Het belang van de minderjarige vereist dat belangrijke beslissingen niet worden vertraagd door conflicten. Daarom werd het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag wordt gewijzigd van de vader naar de moeder in het belang van de minderjarige.