Een werknemer, werkzaam als truck driver bij Romar Trading Company N.V., werd op 27 september 2021 op staande voet ontslagen wegens een positieve test op marihuana en cocaïne. De werknemer betwistte het gebruik van drugs tijdens werktijd en voerde aan dat hij slechts in zijn vrije tijd een kleine hoeveelheid cocaïne had gebruikt en marihuana-olie voor medische doeleinden.
Het gerecht oordeelde dat Romar Trading onvoldoende bewijs had geleverd dat de werknemer onder invloed van cocaïne op het werk was verschenen, aangezien testresultaten negatief waren. Wel stond vast dat de werknemer onder ongeoorloofde invloed van marihuana op het werk verscheen, maar het gerecht vond dat Romar Trading geen tweede kans mocht ontzeggen omdat de eerdere waarschuwing in 2017 bij een ander bedrijf was gegeven.
Daarom werd het ontslag op staande voet nietig verklaard. Romar Trading werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf de ontslagdatum, vermeerderd met een gematigde wettelijke verhoging en rente, en tot vergoeding van de proceskosten. De werknemer kreeg tevens toestemming om kosteloos te procederen.