ECLI:NL:OGEAA:2022:347

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
AUA202202659
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar asielaanvraag door de Minister van Arbeid, Energie en Integratie. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om de beschikking van 6 juli 2022 te schorsen en haar toe te staan het bezwaar in Aruba af te wachten.

Tijdens de procedure trok de verweerder de eerdere beschikking van 6 juli 2022 in en gaf aan alsnog een nieuwe beslissing te zullen nemen. Het gerecht stelde vast dat het vluchtelingenrechtelijke verbod op refoulement wordt gerespecteerd zolang de asielaanvraag loopt.

Gezien deze omstandigheden oordeelde het gerecht dat er geen sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek afgewezen en was er geen grond voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

Uitspraak van 12 oktober 2022
Lar nr. AUA202202659

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoekster],

wonend in Aruba,
VERZOEKSTER,
gemachtigde: drs. M.L. Hassell,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,

zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: J.M. Harewood (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 6 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster afgewezen.
Hiertegen heeft verzoekster op 21 juli 2022, aangevuld op 15 augustus 2022, bezwaar gemaakt.
Op 15 augustus 2022 heeft verzoekster een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van Pro de Lar ingediend.
Het gerecht heeft het verzoek behandeld ter zitting van 14 september 2022. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigde.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft verweerder bij e-mailbericht van 27 september 2022 een beschikking van 26 september 2022 overgelegd. Verzoekster heeft bij onderscheiden e-mailberichten een reactie gegeven.
De uitspraak is vervolgens bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. Het verzoek strekt ertoe de beschikking van 6 juli 2022 te schorsen en te bepalen dat verzoekster het daartegen gemaakte bezwaar hier te lande mag afwachten.
2. Bij voormelde beschikking van 26 september 2022 heeft verweerder de beschikking van 6 juli 2022 ingetrokken. Dat brengt met zich dat verweerder alsnog een beschikking dient te geven op de asielaanvraag van verzoekster, die na de intrekking van de eerdere beslissing daarop, weer aanhangig is.
3. Niet in geschil is, en ook ter zitting is dit zijdens verweerder bevestigd, dat hangende een asielaanvraag van overheidswege steeds het vluchtelingenrechtelijke verbod op refoulement, dat inhoudt dat een persoon niet teruggezonden mag worden naar een land waar hij of zij vervolging vreest, wordt gerespecteerd. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat de door verzoekster gestelde belangen zodanig spoedeisend zijn, dat de verzochte voorziening dient te worden getroffen.
4. Het verzoek zal worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.