ECLI:NL:OGEAA:2022:316
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot teruggave griffierecht na verlening verblijfsvergunning Aruba
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit, had in oktober 2021 een voorlopige toelating tot Aruba ontvangen. Op 30 mei 2022 diende zij een verzoekschrift in bij het gerecht in eerste aanleg van Aruba tot het treffen van een voorlopige voorziening, specifiek gericht op de teruggave van het griffierecht.
Op 15 juni 2022 informeerde de gemachtigde van verzoekster het gerecht dat de Minister van Arbeid, Integratie en Energie alsnog de gevraagde verblijfsvergunning aan verzoekster had verleend. Hierdoor was het verzoek tot voorlopige voorziening feitelijk komen te vervallen en bleef alleen de teruggave van het betaalde griffierecht aan de orde.
Het gerecht oordeelde dat onder deze omstandigheden de teruggave van het griffierecht van 25 Arubaanse florin gerechtvaardigd is, conform artikel 50 in Pro verbinding met artikel 30, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak. De beslissing werd uitgesproken op 7 september 2022 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De teruggave van het betaalde griffierecht van 25 Arubaanse florin wordt gelast.