ECLI:NL:OGEAA:2022:315
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf ondanks aanvraag verblijfsvergunning
Appellant, van Venezolaanse nationaliteit, kwam in december 2019 Aruba binnen als toerist met een verblijfsduur van vier dagen. In maart 2021 werd hij aangehouden omdat hij zonder verblijfsvergunning werkte. Verweerder gaf een uitzettingsbevel met een terugkeerverbod van 30 maanden. Appellant ontving in februari 2022 een positieve DPL-verklaring en betaalde leges voor een verblijfsvergunningaanvraag.
Het geschil betrof de vraag of verweerder terecht het bezwaar tegen het uitzettingsbevel ongegrond heeft verklaard. Het gerecht oordeelde dat het verblijf sinds december 2019 illegaal was en verweerder bevoegd was tot uitzetting op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting. De positieve DPL-verklaring en vergunningaanvraag rechtvaardigden geen opschorting van het uitzettingsbevel omdat niet zeker was dat de vergunning zou worden verleend.
De overige gronden, zoals een beroep op het gelijkheidsbeginsel, waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitzettingsbevel wordt ongegrond verklaard en de uitzetting bevestigd.