Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker],
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
PROCESVERLOOP
mr. A.F.J. Caster.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, werd op 13 april 2022 tijdens een verkeerscontrole aangehouden en bleek niet in het bezit van een geldige verblijfsvergunning. De minister van Justitie en Sociale Zaken heeft daarop een bevel tot uitzetting en een terugkeerverbod van 96 maanden opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar en diende een verzoek in tot het treffen van een voorlopige voorziening om de uitzetting en het terugkeerverbod te schorsen.
Tijdens de zitting op 8 juni 2022 werd vastgesteld dat verzoeker inmiddels op 1 mei 2022 Aruba had verlaten, waardoor het belang bij schorsing van het uitzettingsbevel was komen te vervallen. Verzoeker stelde nog wel belang te hebben bij schorsing van het terugkeerverbod, omdat dit een belemmering vormt voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning.
Het gerecht oordeelde echter dat schorsing van het terugkeerverbod niet zou leiden tot het gewenste resultaat, omdat het illegale verblijf van verzoeker meegewogen zal worden bij de vergunningsaanvraag en het aangekondigde nieuwe integratiebeleid nog niet is vastgesteld. Daarom ontbrak ook op dit punt het procesbelang. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel en het terugkeerverbod wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang.