ECLI:NL:OGEAA:2022:287
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, verblijft sinds september 2016 in Aruba zonder geldige verblijfstitel. Na een verkeerscontrole op 6 mei 2022 werd hij overgedragen aan de autoriteiten, waarna de minister van Justitie en Sociale Zaken een bevel tot uitzetting uitvaardigde. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om schorsing van het bevel, stellende dat hij via investeringsactiviteiten en een positieve DPL-verklaring zicht heeft op legalisering.
Het gerecht oordeelt dat verzoeker sinds 2016 zonder geldige vergunning verblijft en dat de minister bevoegd is tot uitzetting op grond van de Landsverordening Toelating en Uitzetting. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen omdat er geen concreet zicht is op het verkrijgen van een verblijfsvergunning, mede omdat het nieuwe beleid omtrent het afwachten van vergunningsaanvragen nog niet is vastgesteld.
De rechter concludeert dat de bestreden beschikking waarschijnlijk in stand zal blijven en dat het verzoek om een voorlopige voorziening geen grond heeft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen omdat geen concreet zicht bestaat op legalisering van het verblijf.