ECLI:NL:OGEAA:2022:276
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel met terugkeerverbod
Verzoeker, een Venezolaanse staatsburger, diende meerdere asielaanvragen in op Aruba. Na afwijzing van zijn tweede aanvraag op 9 juni 2022, werd hem een uitzettingsbevel met een vertrektermijn van 0 dagen en een terugkeerverbod van 48 maanden opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om het uitzettingsbevel te schorsen en op Aruba te mogen blijven tijdens de bezwaarprocedure.
Het gerecht overwoog dat verzoeker tot de afwijzing rechtmatig verblijf had en dat het uitzettingsbevel na de afwijzing bevoegd was opgelegd. De stelling dat het bevel te laat was uitgereikt en de zes-urentermijn was overschreden, werd verworpen omdat deze termijn niet wettelijk is voorgeschreven. Ook werd geoordeeld dat eventuele onrechtmatigheden in de afwijzingsbeschikking niet leiden tot schorsing van het uitzettingsbevel, maar in de bezwaarprocedure moeten worden behandeld.
Hoewel het gerecht erkende dat een vertrektermijn van 0 dagen onredelijk is, leidde dit niet tot schorsing omdat verweerder het beleid hanteert om geen uitzetting te effectueren zolang een voorlopige voorziening loopt. Verzoeker krijgt aldus feitelijk voldoende tijd om orde op zaken te stellen. Gezien het ontbreken van onevenredig nadeel werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen wegens onvoldoende onevenredig nadeel.