Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker],
DE MINISTER VAN JUSTITIE EN SOCIALE ZAKEN,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
feiten
e-mail van 9 juni 2022 op 16:18 uur naar partijen verzonden.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker, een Venezolaanse asielzoeker, werd op 25 mei 2022 opgehouden en in bewaring gesteld door de autoriteiten van Aruba. Na afwijzing van zijn asielverzoek op 9 juni 2022, werd hij op dezelfde dag een bevel tot uitzetting en een terugkeerverbod opgelegd, gevolgd door een bevel tot inbewaringstelling. Het gerecht achtte het oorspronkelijke ophoudingsbevel onrechtmatig en beval onmiddellijke invrijheidstelling.
Verzoeker diende op 10 juni 2022 een verzoek in tot tenuitvoerlegging van deze voorlopige voorziening met een dwangsom, omdat hij pas op die dag werd vrijgelaten en zijn persoonlijke bezittingen nog niet had teruggekregen. De rechter oordeelde echter dat de detentie sinds 9 juni 2022 niet meer op het ophoudingsbevel, maar op het bevel tot inbewaringstelling was gebaseerd, en dat verweerder niet nalatig was in de uitvoering van de schorsingsuitspraak.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker vanaf 10 juni 2022 vrij was om zijn bezittingen op te halen, maar dit niet heeft gedaan. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot tenuitvoerlegging van de voorlopige voorziening wordt afgewezen.