ECLI:NL:OGEAA:2022:249

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 mei 2022
Publicatiedatum
2 augustus 2022
Zaaknummer
AUA202101734
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 30, tweede lid, Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep inzake verlenging tijdelijke verblijfsvergunning en teruggave griffierecht

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek tot verlenging van een tijdelijke verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst. Nadat verweerder alsnog een beslissing op het bezwaar nam en dit bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellante beroep in bij het gerecht. Tijdens de zitting gaf appellante aan het beroep alleen te handhaven om in aanmerking te komen voor teruggave van het betaalde griffierecht.

Het gerecht oordeelde dat onder deze omstandigheden geen belang bestaat bij de beoordeling van het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het verzoek tot teruggave van het griffierecht afgewezen omdat de bestreden beschikking niet was ingetrokken of gewijzigd.

De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 9 mei 2022. Appellante werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, onder betaling van griffierecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot teruggave van het griffierecht wordt afgewezen.

Uitspraak

Uitspraak van 9 mei 2022
Lar nr. AUA202101734

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Appellant],

verblijvend in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,

zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 2 maart 2021 heeft verweerder het verzoek van appellante om verlenging van haar vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid in loondienst, afgewezen.
Daartegen heeft appellante op 12 maart 2021 bezwaar gemaakt.
Tegen het uitblijven van een beslissing op het gemaakte bezwaar heeft appellante op 15 juni 2021 beroep ingesteld bij dit gerecht.
Verweerder heeft op 17 augustus 2021 een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 28 maart 2022. Appellante is bij haar gemachtigde verschenen. Verweerder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1.1
In het verweerschrift heeft verweerder te kennen gegeven dat hij bij beslissing van 24 augustus 2021 alsnog heeft beslist op het door appellante op 12 maart 2021 gemaakte bezwaar. Daarbij heeft hij het bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzende beschikking van 2 maart 2021 gehandhaafd. Een afschrift van deze beslissing is bij het verweerschrift gevoegd. Daartegen heeft appellante op 28 september 2021 beroep ingesteld bij het gerecht.
1.2
Appellante heeft ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat zij het voorliggende beroep slechts wenst te handhaven om in aanmerking te komen voor teruggave van het door haar betaalde griffierecht. Onder deze omstandigheden bestaat evenwel geen belang bij het beoordelen van het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het bezwaar van appellante gericht tegen de beschikking van 2 maart 2021.
1.3
Het beroep is niet-ontvankelijk.
2. Nu verweerder de bestreden fictieve afwijzende beschikking niet ten voordele van appellante heeft ingetrokken dan wel gewijzigd, bestaat geen aanleiding voor teruggave van het griffierecht, zoals door appellante ter zitting verzocht (artikel 30, tweede lid, van de Lar).

DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2022 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken).
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de dag van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.