ECLI:NL:OGEAA:2022:228

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
1 augustus 2022
Zaaknummer
AUA202102979
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing enkelvoudig gezag aan moeder

De minderjarige is geboren uit het huwelijk tussen partijen die inmiddels gescheiden zijn en gezamenlijk het gezag uitoefenen. De vader verblijft in voorlopige hechtenis en is niet in staat het gezag naar behoren uit te oefenen.

De moeder verzoekt op grond van artikel 1:253n BW Aruba het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan haar toe te wijzen. Het gerecht stelt vast dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het handhaven van gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind is.

Gezien het ontbreken van positieve communicatie en overleg tussen ouders sinds de echtscheiding, en de instemming van de vader en de Voogdijraad, wordt het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de moeder toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt toegekend aan de moeder.

Uitspraak

Beschikking van 18 januari 2022
Behorend bij AUA202102979 EJ
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Naam verzoekster],
wonende in Aruba, te [adres],
VERZOEKSTER, hierna moeder,
procederende in persoon,
tegen
[Naam verweerder],
wonende in Aruba, thans verblijvende te Korrektie Instituut Aruba (KIA),
VERWEERDER, hierna vader,
procederende in persoon.
Belanghebbende:
[Naam minderjarige],geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,
hierna: de minderjarige.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift ingediend op 12 oktober 2021,
  • de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 9 november 2021, in aanwezigheid van partijen in persoon, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, de heer [naam raadsonderzoeker].
De uitspraak is nader bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is uit het huwelijk tussen partijen geboren. Partijen zijn inmiddels gescheiden. Zij oefenen gezamenlijk het gezag over de minderjarige uit.
2.2
De vader bevindt zich momenteel in voorlopige hechtenis in het KIA.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het verzoek dat strekt tot wijziging van het gezag in die zin dat de moeder voortaan alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast, is gebaseerd op artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge dit artikel kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van het kind is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven. Alsdan bepaalt de rechter, aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Beslissend zal zijn wiens gezag over het kind de rechter het meeste in het belang van het kind oordeelt.
3.2
Het gerecht is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in bovenbedoelde zin. Voorts is het gerecht van oordeel dat de verdere omstandigheden rondom de uitoefening van het ouderlijk gezag van dien aard zijn, dat het gezamenlijk gezag dient te worden beëindigd en dat de moeder voortaan alleen het gezag over de minderjarige toekomt. Het gerecht overweegt daartoe als volgt.
3.3
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders. Een en ander vereist een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen de ouders. Daar ontbreekt het in dit geval aan. Uit het verhandelde ter terechtzitting is namelijk voldoende duidelijk geworden dat er geen, althans verwaarloosbaar, gezamenlijk overleg heeft plaatsgevonden tussen partijen sinds hun echtscheiding. Bovendien heeft de vader naar voren gebracht dat hij wegens zijn detentie nu niet in staat is het gezag over de minderjarige naar behoren uit te oefenen. Hij is van plan na zijn detentie naar Nederland te verhuizen en heeft daarom geen bezwaar tegen het verzoek.
3.4
Gelet hierop en aangezien ook de Voogdijraad geen bezwaar daartegen heeft geuit, is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarige wenselijk is dat het gezag over haar wordt gewijzigd, in die zin dat de moeder voortaan het gezag over de minderjarige alleen uitoefent.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders, [vader] en [moeder], over de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in Aruba,
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag toekomt over de minderjarige,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, ter zitting van
18 januari 2022 in aanwezigheid van de griffier.