ECLI:NL:OGEAA:2022:202
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van gebieds- en contactverbod tussen erfgenamen in nalatenschapsgeschil
In deze zaak vordert eiseres een gebieds- en contactverbod tegen haar broer, gedaagde, naar aanleiding van conflicten over de nalatenschap van hun moeder en het gebruik van de woning die tot de nalatenschap behoort. Eiseres woont sinds het overlijden van hun moeder in de woning en heeft de sloten veranderd zonder toestemming van de andere erfgenamen, waaronder gedaagde.
Eiseres stelt dat gedaagde haar systematisch bedreigt, intimideert en de woning vandaliseert, en vreest dat deze gedragingen zullen voortduren. Gedaagde betwist deze beschuldigingen. Het Gerecht beoordeelt het spoedeisend belang en de kans van slagen van de vorderingen op grond van de gepresenteerde feiten zonder nader onderzoek.
Het Gerecht oordeelt dat een straat- en contactverbod een zware inbreuk vormt op fundamentele rechten en alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende redenen en een reële dreiging van onrechtmatig handelen. De feiten en omstandigheden, waaronder politiemeldingen en verklaringen, zijn onvoldoende om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. Recente incidenten zijn betwist en niet aannemelijk gemaakt. De vorderingen worden daarom afgewezen.
Eiseres krijgt wel verlof tot kosteloos procederen vanwege haar financiële situatie. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot gebieds- en contactverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van dreiging.