ECLI:NL:OGEAA:2022:138
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek op grond van ontbrekende gelegaliseerde handtekening
Verzoeker, verblijvend in Venezuela, diende een herhaald verzoek in op grond van artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) tegen de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie te Aruba. Het gerecht had eerder bepaald dat verweerder binnen een termijn een beslissing moest nemen op het bezwaar van verzoeker, wat niet is nagekomen.
Het verzoekschrift was ondertekend door een gemachtigde die niet als advocaat bij het Hof is ingeschreven, waardoor een machtiging met gelegaliseerde handtekening vereist is. Het gerecht constateerde dat de handtekeningen op de overgelegde machtigingen onderling verschillen en sterk afwijken van die op het paspoort van verzoeker. Verzoeker kon de handtekening niet legaliseren omdat hij zich niet in Aruba bevindt.
Het gerecht bood verzoeker meerdere malen de gelegenheid het verzuim te herstellen, maar dit is niet gebeurd. De verdediging verwees naar een eerdere procedure waarin een andere machtiging toereikend werd geacht, maar het gerecht oordeelde dat elke procedure op zichzelf beoordeeld moet worden.
Gezien het ontbreken van een gelegaliseerde handtekening en het niet herstellen van dit verzuim, verklaarde het gerecht het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gelegaliseerde handtekening op de machtiging.