ECLI:NL:OGEAA:2022:122
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling wegens onrechtmatige opname banktegoeden door dochter toegewezen
Eiser, vader van gedaagde, gaf in 2014 na een herseninfarct zijn dochter de inloggegevens van zijn bankrekening om betalingen te kunnen verrichten. In 2019 ontdekte eiser dat gedaagde tussen juli 2014 en april 2019 zonder toestemming geld had opgenomen. Gedaagde erkende dit en tekende een schuldbekentenis voor het bedrag van Afl. 88.350,-, vermeerderd met rente en verminderd met een gedeeltelijke terugbetaling.
Eiser vorderde betaling van het openstaande bedrag van Afl. 93.685,- plus buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Gedaagde erkende de schuld maar gaf aan niet in staat te zijn deze af te lossen. Tijdens de comparitie erkende zij de schuld opnieuw.
Het Gerecht oordeelde dat de vordering toewijsbaar is en dat de financiële situatie van gedaagde hieraan niet afdoet. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het volledige bedrag, incassokosten en proceskosten. Tevens werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 93.685,-, incassokosten en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.