ECLI:NL:OGEAA:2022:114

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
6 april 2022
Publicatiedatum
16 mei 2022
Zaaknummer
AUA202103202
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling achterstallige huur en incassokosten afgewezen verrekening

Tussen partijen bestond een huurovereenkomst waarbij de huurder een privékantoor huurde tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 1.075,-. De huurder werd gesommeerd tot betaling van achterstallige huur van Afl. 4.472,03, maar voldeed hier niet aan.

De eiseres vordert betaling van de achterstallige huur, een schadevergoeding voor incassokosten en wettelijke rente. De huurder erkent de hoofdsom, maar verzoekt om een betalingsregeling en stelt zich op het standpunt van verrekening met een bedrag van Afl. 1.759,60 dat zij van de eiseres zou ontvangen.

Het Gerecht oordeelt dat het beroep op verrekening faalt omdat de factuur waarop dit is gebaseerd niet aan de eiseres is gericht, maar aan een gemachtigde. Tevens is betalingsonmacht geen reden om de vordering af te wijzen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf 19 september 2021, incassokosten van Afl. 375,- en proceskosten van Afl. 320,21. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 6 april 2022
Behorend bij B.B. no. AUA202103202
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
de vennootschap onder firma
[NAAM V.O.F.]
te Aruba,
EISERES,
hierna te noemen: [Naam V.O.F.],
gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2],
tegen:
[GEDAAGDE],
te Aruba,
GEDAAGDE,
hierna te noemen: [Gedaagde],
procederend in persoon.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Het verloop van de procedure tot 19 januari 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de comparitie van partijen, gehouden op 22 februari 2022, in aanwezigheid van partijen bij hun voornoemde gemachtigden.
1.2
De datum voor vonnis is bepaald op heden.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Tussen partijen gold een huurovereenkomst, op grond waarvan [gedaagde] met ingang van 1 juni 2017 een privékantoor voor een bedrag van Afl. 1.075,- per maand van [naam V.O.F.] huurde.
2.2
Op 13 september 2021 is [gedaagde] op verzoek van [naam V.O.F.] bij exploot gesommeerd om het bedrag van Afl. 4.472,03 binnen vijf dagen te betalen. Daaraan heeft [gedaagde] niet voldaan.

3.HET GESCHIL EN DE BEOORDELING

3.1 [
Naam V.O.F.] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [naam V.O.F.] van een bedrag van Afl. 4.472,03 aan achterstallige huur en Afl. 1.500,-- aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2018 tot de dag der algehele voldoening.
3.2 [
Naam V.O.F.] grondt de vordering op de huurovereenkomst die tussen partijen gold. Verder heeft [naam V.O.F.] incassokosten gemaakt om [gedaagde] tot nakoming aan te moedigen.
3.3 [
Gedaagde] erkent dat zij het bedrag van Afl. 4.472,03 aan [naam V.O.F.] verschuldigd is, maar geeft te kennen dat zij vanwege financiële moeilijkheden een betalingsregeling wenst te treffen.
3.4 [
Gedaagde] beroept zich verder op verrekening. Volgens [gedaagde] is [naam V.O.F.] haar een bedrag van Afl. 1.759,60 verschuldigd. Ter onderbouwing van deze stelling heeft zij verwezen naar de door haar in de procedure gebrachte factuur van 14 mei 2019.
Het Gerecht overweegt dat deze factuur niet gericht is aan [naam V.O.F.], maar aan [gemachtigde 2]. Ter zitting heeft [gedaagde] bevestigd dat het gaat om diensten die zij heeft verricht voor [gemachtigde 2]. Dit brengt mee dat het beroep op verrekening zal worden afgewezen.
3.5
Voorts ontslaat de gestelde betalingsonmacht [gedaagde] niet van haar betalingsverplichting. Betalingsonmacht van de schuldenaar komt voor diens risico en is geen reden om een opeisbare vordering af te wijzen. Een aanbod om in termijnen af te betalen is dat evenmin. Vast staat dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen jegens [naam V.O.F.], zodat, mede gelet op het hiervoor onder 3.3 en 3.4 overwogene, de hoofdsom tot het bedrag van Afl. 4.472,03 zal worden toegewezen.
3.6
De wettelijke rente zal op na te melden wijze worden toegewezen.
3.7
De door [naam V.O.F.] gevorderde schadevergoeding in het kader van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, zal op na te melden wijze worden toegewezen.
3.8 [
Gedaagde] dient, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [naam V.O.F.] tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 320,21 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten).

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
- veroordeelt [gedaagde] om aan [naam V.O.F.] te betalen Alf. 4.472,03,-, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 19 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, te vermeerderen met Afl. 375,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [naam V.O.F.] worden begroot op Afl. 320, 21;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 6 april 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.