ECLI:NL:OGEAA:2022:11
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing uitzettingsbevel wegens illegaal verblijf en onvoldoende hardheidsclausule
Verzoeker is in november 2019 als toerist Aruba binnengekomen en heeft sindsdien zonder geldige verblijfsvergunning verbleven. Na afwijzing van zijn eerdere aanvraag tot tijdelijk verblijf en ongegrondverklaring van bezwaar, is hij in november 2021 aangehouden en bevolen Aruba te verlaten met een niet-toelatingsperiode van 30 maanden.
Verzoeker heeft vervolgens een verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel ingediend, stellende dat hij samenwoont met een Arubaanse Nederlander en een minderjarig kind heeft, en dat op grond van de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro zijn verblijf gerechtvaardigd is. Tevens heeft hij een nieuwe aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning vanwege bijzondere band met Aruba.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het uitzettingsbevel terecht is opgelegd omdat verzoeker illegaal verblijft en dat het enkele feit van een nieuwe aanvraag geen reden is om het bevel te schorsen. Verzoeker heeft onvoldoende onderbouwd dat hij voldoet aan de criteria voor de hardheidsclausule of dat artikel 8 EVRM Pro toepassing vindt. Het verzoek wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen wegens illegaal verblijf en onvoldoende onderbouwing hardheidsclausule.