ECLI:NL:OGEAA:2021:668
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting wegens illegaal verblijf in Aruba
Verzoekster verblijft sinds 15 februari 2019 illegaal in Aruba nadat haar tijdelijke verblijfsvergunning was verlopen en haar aanvraag tot verlenging was afgewezen. De minister van Justitie heeft een bevel tot uitzetting uitgevaardigd en een meldplicht opgelegd. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beschikking en verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om de uitzetting te schorsen.
Tijdens de zitting heeft verzoekster een asielwens geuit, waarop de minister bevestigde dat zij de mogelijkheid krijgt een asielaanvraag in te dienen en dat het verbod op refoulement wordt gerespecteerd, waardoor zij niet wordt uitgezet voordat op die aanvraag is beslist. Het gerecht oordeelt dat de uitzetting gerechtvaardigd is op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting, en dat een mogelijk mandaatgebrek kan worden hersteld in de bezwaarprocedure.
Gezien het feit dat het vluchtelingenrechtelijke verbod op uitzetting wordt nageleefd en dat verzoekster de asielprocedure kan volgen, acht het gerecht de belangen van verzoekster niet zodanig spoedeisend dat schorsing van het uitzettingsbevel noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen.