ECLI:NL:OGEAA:2021:647
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot oplegging dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar asielaanvraag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn asielverzoek door de minister van Justitie. Nadat de minister niet binnen de gestelde termijn op het bezwaar had beslist, stelde verzoeker beroep in tegen deze fictieve beslissing. Het gerecht vernietigde deze fictieve beslissing en bepaalde dat de minister binnen drie maanden een reële beslissing moest nemen.
Nadat de minister ook na deze uitspraak niet had beslist, diende verzoeker een verzoek in op grond van artikel 53 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om een dwangsom op te leggen. Het gerecht stelde vast dat de minister geen beslissing had genomen en besloot de minister te verplichten alsnog binnen drie maanden te beslissen.
Daarnaast legde het gerecht een dwangsom op van 500 Antilliaanse gulden per dag bij niet-naleving, met een maximum van 25.000 gulden. De minister werd tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van 175 gulden aan verzoeker. De uitspraak is definitief en werd gedaan in afwezigheid van partijen.
Uitkomst: De minister van Justitie wordt verplicht binnen drie maanden te beslissen op het bezwaar, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.