ECLI:NL:OGEAA:2021:534
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel van langdurig in Aruba verblijvende verzoeker
Verzoeker, van Haïtiaanse nationaliteit, verblijft sinds 1991 in Aruba en heeft meerdere verblijfsvergunningen gehad tot 2007. Na problemen met drugs en justitie is hem in 2021 een uitzettingsbevel opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met verzoekers belangen, waaronder zijn recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro), zijn langdurige verblijf en het ontbreken van familie in Haïti. Tevens is vastgesteld dat er toezeggingen waren dat verzoeker niet zou worden uitgezet.
De rechter stelt dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen dan het algemene belang bij uitzetting en dat verweerder door voortijdige uitzetting het recht op een effectief rechtsmiddel heeft ontnomen. Daarom wordt het uitzettingsbevel geschorst en wordt verweerder opgedragen verzoeker binnen een week terug te halen. Het griffierecht wordt aan verzoeker terugbetaald.
Uitkomst: Het uitzettingsbevel wordt geschorst en verzoeker moet binnen een week worden teruggehaald naar Aruba.