ECLI:NL:OGEAA:2021:372

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 augustus 2021
Publicatiedatum
25 augustus 2021
Zaaknummer
AUA202101620
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 lid 3 Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek opheffing inbewaringstelling na uitzetting verzoeker uit Aruba

Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, werd op 24 januari 2021 in bewaring gesteld door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie van Aruba. De rechter-commissaris oordeelde op 27 januari 2021 dat de vrijheidsontneming rechtmatig was. Verzoeker diende op 17 februari 2021 een verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling in, dat op 17 maart 2021 werd afgewezen.

Op 15 juni 2021 diende verzoeker opnieuw een verzoek in ex artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu). Tijdens de zitting van 28 juli 2021 verklaarde de minister dat de bewaring reeds op 29 juni 2021 was opgeheven omdat verzoeker Aruba was uitgezet. Hierdoor was het belang bij het verzoek komen te vervallen.

De rechter-commissaris concludeerde dat het verzoek niet-ontvankelijk was en verklaarde dit bij beschikking van 11 augustus 2021. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier en de gemachtigde van verzoeker, en namens de minister verscheen een vertegenwoordiger van DIMAS.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na uitzetting van verzoeker.

Uitspraak

Uitspraak van 11 augustus 2021
LTU nr. AUA202101620

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING
van de rechter-commissaris belast met de behandeling van
administratiefrechtelijke inbewaringstelling, op het verzoek ex artikel 16, lid 3 van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) van:

[Verzoeker],

van Venezolaanse nationaliteit, geboren op [geboortedatum],
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce.

PROCESVERLOOP

Bij bevelschrift van 24 januari 2021 heeft de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (de minister) de inbewaringstelling van verzoeker bevolen.
Op 27 januari 2021 heeft de rechter-commissaris geoordeeld dat deze vrijheidsontneming rechtmatig is.
Op 17 februari 2021 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift ex artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) ingediend.
Bij beschikking van 17 maart 2021 heeft de rechter-commissaris het verzoek afgewezen.
Op 15 juni 2021 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift ex artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 28 juli 2021. Verzoeker is verschenen bij zijn gemachtigde. Namens de minister is J.M. Harewood (DIMAS) verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

BEOORDELING

1. Ingevolge artikel 16, derde lid, van de Ltu wordt de betrokkene binnen 72 uur betrokkene voor een rechter-commissaris geleid, die de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming toetst. Een bevel tot inbewaringstelling kan door de rechter-commissaris te allen tijde op verzoek van de betrokkene worden opgeheven.
2. Ter zitting heeft de minister te kennen gegeven dat de bewaring van verzoeker reeds op 29 juni 2021 is opgeheven omdat verzoeker op voornoemde datum Aruba is uitgezet. Gelet hierop is het belang aan het verzoek komen te ontvallen.
3. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek niet-ontvankelijk is.

BESLISSING

De rechter-commissaris:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. de Werd, rechter-commissaris, op 11 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.