ECLI:NL:OGEAA:2021:318
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijf en werk in Aruba
Verzoeker had een vergunning voor tijdelijk verblijf in Aruba die op 21 februari 2019 was verlopen. Op 16 januari 2020 diende hij een aanvraag in voor verlenging, die bij beschikking van 6 april 2021 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens bij het gerecht een voorlopige voorziening om zijn bezwaar af te wachten en bij zijn werkgever te mogen blijven werken.
De voorzieningenrechter overwoog dat de aanvraag en het verzoek om verblijf en werk voort te zetten te verstrekkend waren voor een voorlopige voorziening. Verzoeker erkende dat, mocht het bezwaar gegrond worden verklaard, dit niet zou leiden tot een vergunning die geldig is na januari 2021. Ook was er geen aanvraag ingediend voor een verblijf na januari 2021.
Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om verblijf en werk in Aruba voort te zetten is afgewezen.