ECLI:NL:OGEAA:2021:313
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen meldingsplicht vreemdeling
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit en zonder geldige verblijfstitel in Aruba, heeft een asielaanvraag ingediend die is afgewezen. Na bezwaar tegen deze afwijzing legde verweerder een meldingsplicht en werkverbod op. Verzoekster stelde dat deze meldingsplicht onredelijk bezwarend is en in strijd met het Vluchtelingenverdrag en eerdere rechterlijke uitspraken.
De voorzieningenrechter overwoog dat de meldingsplicht een toezichtmaatregel is en geen uitzettingshandeling. Verweerder heeft bevestigd dat verzoekster niet zal worden uitgezet zolang het bezwaar niet is beslist. De rechter stelde vast dat verweerder bevoegd is tot het opleggen van de meldingsplicht en dat geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die tot het afzien van deze bevoegdheid zouden moeten leiden.
De voorzieningenrechter vond dat het belang van verweerder bij toezicht zwaarder weegt dan het belang van verzoekster bij schorsing van de meldingsplicht. De praktische bezwaren van verzoekster, zoals transportproblemen, zijn onvoldoende om de meldingsplicht als onevenredig bezwarend te kwalificeren. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de meldingsplicht wordt afgewezen.