ECLI:NL:OGEAA:2021:229
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting wegens verlopen verblijfsvergunning
Verzoeker, geboren in 1991 in de Dominicaanse Republiek en sinds zijn jeugd woonachtig op Aruba, heeft meerdere tijdelijke verblijfsvergunningen gehad waarvan de laatste geldig was tot 30 augustus 2013. Op 1 januari 2021 heeft hij een nieuwe aanvraag voor een vergunning tot tijdelijk verblijf ingediend, waarbij hij tevens een beroep deed op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro.
Verweerder heeft op 11 maart 2021 een bevel tot uitzetting en bewaring van verzoeker uitgevaardigd omdat verzoeker niet in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg het gerecht om een voorlopige voorziening om het bevel te schorsen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker met toepassing van artikel 15 Ltu Pro terecht kan worden uitgezet omdat zijn verblijfsvergunning is verlopen. Het enkele feit dat verzoeker een nieuwe aanvraag heeft ingediend en een beroep doet op artikel 8 EVRM Pro en de hardheidsclausule, betekent niet dat verweerder niet tot uitzetting kon overgaan. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn familie- en gezinsleven ernstig wordt geschaad, mede omdat hij meerderjarig is en geen bijzondere afhankelijkheid van zijn vader is vastgesteld.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het bevel tot uitzetting wordt afgewezen.