ECLI:NL:OGEAA:2021:211
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ophoudingsbeschikking na verval
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, werd op 15 juni 2017 toegelaten tot Aruba voor een tijdelijk verblijf van twee dagen. Op 27 juli 2019 diende hij een asielaanvraag in en kreeg een meldplicht opgelegd. Na aanhouding tijdens een controle op 6 januari 2021, besloot de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (verweerder) op 7 januari 2021 tot ophouding van verzoeker. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en diende op 15 januari 2021 een verzoek tot voorlopige voorziening in.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 3 februari 2021. Verzoeker vorderde onmiddellijke invrijheidstelling en stelde dat de bestreden beschikking evident onjuist was. Verweerder voerde aan dat de bestreden beschikking inmiddels was vervallen door een bevel tot inbewaringstelling en uitzetting van 18 januari 2021, waardoor verzoeker geen spoedeisend belang meer had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bestreden beschikking zijn werking had verloren en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet ontvankelijk was. De vrijheidsontneming was thans gebaseerd op het bevel tot inbewaringstelling, dat niet vatbaar is voor bezwaar of beroep binnen deze procedure. Verzoeker kan zich wenden tot de rechter-commissaris voor opheffing van de bewaring. Het verzoek werd afgewezen en de uitspraak is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens verval van de bestreden beschikking en gebrek aan spoedeisend belang.