ECLI:NL:OGEAA:2021:152
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening vergunning tijdelijk verblijf wegens onvoldoende gestort kapitaal
Verzoeker diende een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf als aandeelhouder van een onderneming op Aruba. De aanvraag werd door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie afgewezen wegens het ontbreken van vereiste documenten en het niet voldoen aan het minimum gestorte kapitaal van Afl. 50.000,-.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht het gerecht om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de bezwaarprocedure kon afwachten. Hij stelde dat hij inmiddels de benodigde documenten had overgelegd en dat hij onevenredig nadeel leed doordat hij niet persoonlijk aanwezig kon zijn om zijn investeringen te begeleiden.
Het gerecht oordeelde dat het overgelegde uittreksel uit het handelsregister aantoonde dat het gestorte kapitaal Afl. 0,- bedroeg, wat niet voldoet aan het beleidsvereiste. Het betoog van verzoeker dat het beleid niet consequent werd toegepast, werd onvoldoende onderbouwd. Daarom was er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening en werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan het vereiste van minimaal gestort kapitaal.