ECLI:NL:OGEAA:2021:131
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst en afwijzing doorbetaling loon bij Land Aruba
Verzoeker was sinds 2010 in verschillende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in dienst van het Land Aruba, laatstelijk een overeenkomst van zes maanden die eindigde op 1 mei 2019. Verzoeker stelde dat er sprake was van een voortdurende arbeidsovereenkomst en dat hij recht had op doorbetaling van loon vanaf 1 mei 2019.
Het Land Aruba voerde verweer en stelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was beëindigd en dat er geen verlenging of nieuwe overeenkomst was overeengekomen. Verzoeker beriep zich op toezeggingen en besluiten van de ministerraad, maar kon geen concrete of bevoegde toezeggingen aantonen.
Het Gerecht concludeerde dat de arbeidsovereenkomst van verzoeker van rechtswege is geëindigd per 1 mei 2019. De stellingen over gerechtvaardigd vertrouwen op verlenging faalden, mede omdat besluiten van de ministerraad en toezeggingen van ministers niet bindend zijn voor benoeming of verlenging.
Daarom wees het Gerecht het verzoek van verzoeker af en veroordeelde hem in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat het Land werd vertegenwoordigd door een ambtenaar. De beschikking werd uitgesproken op 30 maart 2021.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst van verzoeker met het Land Aruba is rechtsgeldig geëindigd per 1 mei 2019 en zijn loonvorderingen worden afgewezen.