ECLI:NL:OGEAA:2021:12

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
19 januari 2021
Publicatiedatum
1 februari 2021
Zaaknummer
AUA202001983
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging onderhoudsbijdrage vader wegens gewijzigde financiële omstandigheden door Covid-19

De zaak betreft een verzoek van de vader tot wijziging van de onderhoudsbijdrage voor zijn twee kinderen, vastgesteld bij beschikking van 26 september 2007. De vader stelt dat hij sinds 1 april 2020 door de Covid-19-pandemie geen inkomsten uit arbeid meer heeft en een fase-uitkering ontvangt, waardoor zijn draagkracht is verminderd.

Het gerecht beoordeelt het verzoek op grond van artikel 1:401 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat wijziging van een onderhoudsbijdrage mogelijk maakt bij gewijzigde omstandigheden. De vader heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn draagkracht is afgenomen en dat een herbeoordeling gerechtvaardigd is.

De behoefte van de kinderen blijft ongewijzigd erkend. De bijdrage wordt daarom gewijzigd naar Afl. 125,- per maand per kind, ingaande 1 april 2020. Voor zover de vader meer heeft betaald sinds die datum, wordt dit verrekend. Tevens wordt aan de partijen kosteloze procesvoering toegestaan wegens hun financiële situatie.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen.

Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de vader wordt per 1 april 2020 verlaagd naar Afl. 125,- per maand per kind.

Uitspraak

Beschikking van 19 januari 2021
behorend bij EJ nr. AUA202001983
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
[verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna: de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart,
en

1.[verweerder 2], hierna: de moeder,

2.[verweerder 2],hierna: [verweerder 2],
beiden wonende in Aruba,
VERWEERDERS,
gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 19 augustus 2020;
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 17 november 2020, waar zijn verschenen partijen in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk van de vader en de moeder zijn in Aruba twee kinderen geboren:
- [ verweerder 2], op [geboortedatum] en
- [ naam minderjarige], op [geboortedatum] (hierna: [naam minderjarige]).
2.2
Bij beschikking van dit gerecht van 21 augustus 2007 (EJ-1032 van 2007) is de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken.
2.3
Bij beschikking van dit gerecht van 26 september 2007 (EJ-1032 van 2007) is bepaald dat de vader met Afl. 500,- per kind per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [verweerder 2] en [naam minderjarige].

3.HET VERZOEK

3.1
Het verzoek strekt tot wijziging van bovengenoemde beschikking van 26 september 2007 in die zin dat het door de vader te betalen onderhoudsbijdrage voor [verweerder 2] op Afl. 125,- per maand c.q. nihil en voor [naam minderjarige] op Afl. 125,- per maand wordt gesteld ingaande 1 april 2020.
3.2
Daartoe wordt aangevoerd dat de vader door de Covid-situatie sinds 1 april 2020 geen inkomsten uit arbeid meer geniet, dat hij en zijn partner elk momenteel een “Fase uitkering” van de overheid ontvangen van Afl. 950,- per maand.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:401 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
4.2
De vader heeft naar het oordeel van het gerecht voldoende gesteld en aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die een hernieuwde beoordeling mogelijk maakt van de vastgestelde onderhoudsbijdrage.
4.3
Bepalend voor de hoogte van de onderhoudsbijdrage is de behoefte van [verweerder 2] en [naam minderjarige] en de draagkracht van zowel de moeder en de vader.
De behoefte
4.4
De vader heeft de behoefte van de [naam minderjarige] aan de vastgestelde onderhoudsbijdrage niet betwist. De vader heeft de behoefte van [verweerder 2] aan de vastgestelde onderhoudsbijdrage tot 9 november 2020 (zij is toen 21 jaar geworden) ook niet (gemotiveerd) betwist. [verweerder 2] heeft onbetwist aangevoerd dat zij geen inkomsten heeft en dat zij thans samen woont met haar partner en haar baby van 2 maanden.
Draagkracht vader
4.5
Naar het oordeel van het gerecht heeft de vader voldoende aannemelijk gemaakt dat hij thans geen draagkracht heeft om meer dan Afl. 250,- per maand bij te dragen in het onderhoud van [naam minderjarige] en [verweerder 2]. Het gerecht acht voldoende aannemelijk gemaakt dat de draagkracht van de vader de Afl. 250,- per maand - die hij bereid is te betalen aan onderhoudsbijdrage - niet te boven gaat. Dat de vader voldoende inkomsten heeft om meer dan voornoemd bedrag te betalen is niet aannemelijk geworden. Deze onderhoudsbijdrage acht het gerecht thans in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Het verzoek van de vader is dan ook in zoverre toewijsbaar.
De ingangsdatum van de wijziging van de bestreden beschikking zal worden bepaald op 1 april 2020, zijnde de datum waarop de vader in verband met de Covid-situatie geen inkomsten uit arbeid inkomsten meer geniet en een fase uitkering ontvangt.
4.6
Nu een bijdrage als de onderhavige van maand tot maand pleegt te worden verbruikt en gelet op de datum van deze uitspraak, zal het gerecht bepalen dat voor zover de vader vóór bedoelde datum meer heeft betaald of op hem is verhaald, de bijdrage tot heden wordt gelijkgesteld aan hetgeen door hem meer is betaald of op hem is verhaald.
4.7
Gelet op de overgelegde bewijzen van onvermogen zal aan zowel de vader als de moeder en [verweerder 2] toestemming worden verleend om kosteloos te mogen procederen.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verleent de vader toestemming om in deze zaak kosteloos te mogen procederen,
verleent de moeder toestemming om in deze zaak kosteloos te mogen procederen,
verleent [verweerder 2] toestemming om in deze zaak kosteloos te mogen procederen,
wijzigt de beschikking van dit gerecht van 26 september 2007 (EJ-1032 van 2007) in dier voege dat de bijdrage van de vader [verzoeker] in het onderhoud van [verweerder 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba, met ingang van 1 april 2020 wordt bepaald op Afl. 125,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen aan de Voogdijraad,
wijzigt de beschikking van dit gerecht van 26 september 2007 (EJ-1032 van 2007) in dier voege dat de bijdrage van de vader [verzoeker] in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, met ingang van 1 april 2020 wordt bepaald op Afl. 125,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen aan de Voogdijraad,
bepaalt dat voor zover de vader vanaf 1 april 2020 tot heden meer heeft betaald of op hem is verhaald, de onderhoudsbijdrage tot heden wordt gelijkgesteld aan hetgeen door hem meer is betaald of op hem is verhaald,
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 19 januari 2021 in aanwezigheid van de griffier.