ECLI:NL:OGEAA:2021:119

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 maart 2021
Publicatiedatum
12 april 2021
Zaaknummer
AUA202100002
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in vrijwaring wegens verkeersongeval met onverzekerde bestuurder zonder rijbewijs

Op 24 december 2016 vond een verkeersongeval plaats waarbij drie auto's betrokken waren, waaronder die van eiseres. De bestuurder van deze auto was gedaagde, die geen geldig rijbewijs had en zonder medeweten van eiseres de auto had geleend. De auto was verzekerd bij Fatum General Insurance Aruba N.V., maar de verzekeringsvoorwaarden sluiten dekking uit voor schade veroorzaakt door een bestuurder zonder rijbewijs.

Eiseres vorderde dat gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van alle schade waarvoor zij jegens de verzekeraar Boogaard aansprakelijk zou zijn. Gedaagde erkende aansprakelijkheid en het ontbreken van een rijbewijs ten tijde van het ongeval. De rechtbank oordeelde dat de vordering van eiseres toewijsbaar is.

Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van een schadebedrag van Afl. 19.216,26, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval tot volledige betaling. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van zowel de hoofdzaak als de vrijwaringsprocedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 19.216,26 plus wettelijke rente en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

Vonnis van 10 maart 2021
Behorend bij AUA202000100002
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak in vrijwaring van:
[naam eiseres],
te Aruba,
eiseres in vrijwaring,
hierna te noemen [eiseres],
gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza.
tegen:
[naam gedaagde],
te Utrecht, Nederland,
gedaagde in vrijwaring,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in het incident tot vrijwaring van 5 februari 2020;
- de conclusie van antwoord in vrijwaring;
- de conclusie van repliek in vrijwaring;
- de aan [gedaagde] verleende akte van niet dienen van de te nemen conclusie van dupliek in vrijwaring.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in de zaak in vrijwaring.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Op 24 december 2016 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij een drietal auto’s, waaronder de auto van [eiseres] met nummerplaat [nummerplaat] was betrokken. Bestuurder van deze auto was [gedaagde], die niet over een geldig rijbewijs beschikte. [gedaagde] heeft het ongeluk veroorzaakt.
2.2
Ten tijde van het ongeval was de auto van [eiseres] verzekerd bij Fatum General Insurance Aruba N.V. (hierna: Fatum). Boogaard is door Fatum gemachtigd om namens haar verhaalschades af te wikkelen in de ruimste zin van het woord, waaronder het treffen van betalingsregelingen, het innen van verhaalschades en het entameren van rechtszaken ten behoeve van het innen van verhaalschades.
2.3
Door het ongeval hebben de betrokken derden schade geleden, welke schade door Boogaard namens Fatum is vergoed. In de bijzondere verzekeringsvoorwaarden wordt door een bestuurder die niet in het bezit is van een geldig rijbewijs veroorzaakte schade uitgesloten van verzekeringsdekking.

3.HET VERZOEK EN DE BEOORDELING

3.1 [
eiseres] heeft het Gerecht verzocht om [gedaagde] te veroordelen in al hetgeen waartoe zij jegens Boogaard veroordeeld zal worden. [eiseres] grondt het verzoek erop dat het ongeval niet door haar is veroorzaakt, maar door [gedaagde]. [eiseres] was er niet van op de hoogte dat [gedaagde] haar auto ongevraagd had geleend en ten tijde van het ongeval niet over een geldig rijbewijs beschikte.
3.2 [
gedaagde] heeft erkend dat zij de auto van [eiseres] op de dag van het ongeval buiten haar medeweten om heeft geleend en ten tijde van het ongeval nog niet beschikte over een geldig rijbewijs. [gedaagde] erkent verder dat zij aansprakelijk is voor de veroorzaakte schade en niet [eiseres].
3.3
De vordering van [eiseres] is dan ook toewijsbaar.
3.4
Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] de proceskosten in de hoofdzaak en in de zaak in vrijwaring van [eiseres] moeten vergoeden. Daartoe wordt zij op na te melden wijze in de proceskosten veroordeeld.

4.DE UITSPRAAK:

De rechter in dit Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 19.216,26, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2016 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure in de hoofdzaak, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 215,- aan explootkosten en Afl. 2.000,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten in tarief 4);
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure in de zaak in vrijwaring, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 371,27 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde (1 punt in tarief 4);
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 maart 2021 in aanwezigheid van de griffier.