ECLI:NL:OGEAA:2021:102
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste en enige aanleg
- N.K. Engelbrecht
- H. Dirksz
- E. de Cuba
- Rechtspraak.nl
Weigering cessantia-uitkering wegens te late aanvraag na beëindiging dienstverband
Appellante diende een beroep in tegen de beslissing van de Sociale Verzekeringsbank om een eenmalige cessantia-uitkering te weigeren. De bank stelde dat het dienstverband van appellante op 6 mei 2016 was geëindigd en dat de aanvraag voor de uitkering op 12 september 2017 te laat was ingediend, namelijk meer dan twaalf maanden na het einde van het dienstverband.
Appellante betwistte dat haar dienstverband op 6 mei 2016 was geëindigd en voerde aan dat het ontslag niet rechtsgeldig was omdat de werkgever pas in maart 2018 een ontslagaanvraag bij de Directie Arbeid en Onderzoek had ingediend en pas in april 2018 toestemming had gekregen. Het College overwoog echter dat appellante sinds april 2016 geen werkzaamheden meer had verricht en geen loon meer ontving, en dat zij zelf in haar aanvraag had vermeld dat het dienstverband op 6 mei 2016 was geëindigd.
Op grond van de Cessantiaverordening moet een aanvraag binnen twaalf maanden na het einde van het dienstverband worden ingediend. Omdat appellante haar aanvraag pas na deze termijn had ingediend en niet had aangetoond dat zij eerder een verzoek had gedaan, was zij haar recht op cessantia-uitkering kwijtgeraakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat de aanvraag voor cessantia-uitkering te laat is ingediend.