Uitspraak
in haar hoedanigheid van mentor,
1.DE PROCEDURE
- het verzoekschrift, ingediend op 20 augustus 2020;
- de mondelinge behandeling ter zitting van 24 november 2020, waarbij aanwezig waren de mentor in persoon en de betrokkene in persoon.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Bij beschikking van 25 november 2014 was een mentorschap ingesteld over betrokkene en was verzoekster tot mentor benoemd. Het verzoek tot opheffing van het mentorschap is ingediend door de mentor, omdat het mentorschap niet langer zinvol is.
Betrokkene heeft een afgeronde opleiding en is bekwaam om een passende betrekking te vervullen, maar ondervindt belemmeringen bij het vinden van werk vanwege het mentorschap. Betrokkene geeft pianoles en werkt tijdelijk op een muziekschool. Zowel betrokkene als de mentor, die tevens zijn moeder is, achten hem in staat om zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf waar te nemen.
Het gerecht oordeelt dat de noodzaak voor het mentorschap niet meer bestaat, omdat betrokkene zijn belangen zelf behoorlijk kan behartigen. De grond voor het mentorschap is daarmee komen te vervallen. Het verzoek tot opheffing wordt dan ook toegewezen met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: Het mentorschap wordt met onmiddellijke ingang opgeheven omdat de betrokkene zijn belangen zelf kan behartigen.