ECLI:NL:OGEAA:2021:1
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning gezinshereniging wegens illegaal verblijf
Appellant is op 3 augustus 2016 Aruba binnengekomen als toerist en heeft sindsdien het eiland niet verlaten, waardoor hij illegaal is gaan verblijven. Hij diende op 24 juli 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging, welke op 17 oktober 2018 werd afgewezen omdat de eerste aanvraag in het buitenland moet worden afgewacht en appellant illegaal verbleef.
Na een ongegrond verklaard bezwaar op 9 mei 2019 stelde appellant beroep in bij het gerecht. Tijdens de zitting op 23 november 2020 verscheen appellant niet, terwijl verweerder wel vertegenwoordigd was. Het gerecht overwoog dat appellant niet viel onder de categorieën die van de vaste beleidsregel zijn uitgezonderd, zoals gepubliceerd in het Toelatingshandboek 2018.
Het gerecht concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege illegaal verblijf en het niet voldoen aan beleidsregels.