ECLI:NL:OGEAA:2020:87

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 maart 2020
Publicatiedatum
13 maart 2020
Zaaknummer
AUA201901044
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en vaststelling omgangsregeling in het belang van minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de vader tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. Uit het rapport van de Voogdijraad en de zitting blijkt dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is, waardoor het risico bestaat dat het kind klem raakt tussen hen. Dit vormt een wijziging van omstandigheden die het gerecht aanleiding geeft het gezamenlijk gezag te beëindigen.

De minderjarige woont sinds de geboorte bij de moeder, die een vaste woning heeft en goed voor het kind zorgt. De minderjarige wenst bij de moeder te blijven wonen. Het gerecht wijst het gezag daarom toe aan de moeder, in het belang van het kind.

Verder wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader drie keer per week de minderjarige van school ophaalt en na twee uur weer terugbrengt naar de moeder. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt toegekend aan de moeder, met een omgangsregeling voor de vader.

Uitspraak

Beschikking van 3 maart 2020
Behorend bij EJ nr. AUA201901044
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
tegen
[Verweerster],
zonder bekende woon- en verblijfplaats,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
procederend in persoon.
Belanghebbende:
[Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,
de minderjarige.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 27 augustus 2019. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het rapport van de Voogdijraad van 26 november 2019,
- het verhoor van de minderjarige op 21 januari 2020,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 21 januari 2020, waar de vader in persoon en bijgestaan door zijn gemachtigde en de moeder in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was de heer [naam voogdijraad medewerker] aanwezig.
De uitspraak .

2.DE VERDERE BEOORDELING

Gezag

2.1
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders. Een en ander vereist een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen de ouders. Daar ontbreekt het in dit geval aan. Het gerecht is - gelet op het rapport van de Voogdijraad en op hetgeen partijen ter zitting over en weer hebben aangevoerd - van oordeel dat de omstandigheden rondom de uitoefening van het ouderlijk gezag van dien aard zijn dat de minderjarige het risico loopt klem te raken tussen de ouders. Gebleken is dat de communicatie tussen de ouders dusdanig verstoord is dat er geen communicatie plaatsvindt omtrent belangrijke zaken die de minderjarige aangaan, dit terwijl in de tussentijd de verzorging van de minderjarige verder geregeld dient te worden. Dit levert een wijziging van omstandigheden op, zodat het gerecht het gezamenlijk gezag ten aanzien van de minderjarige zal beëindigen.
2.2
De minderjarige heeft altijd bij de moeder gewoond en er zijn geen aanwijzingen dat zij niet goed wordt verzorgd door de moeder. De moeder heeft thans een vaste woning. De minderjarige wil bij de moeder blijven wonen. Het gerecht zal, gelet op het vorenstaande en het advies van de Voogdijraad, in het belang van de minderjarige bepalen dat het gezag over de minderjarige voortaan alleen aan de moeder toekomt.
Omgang
2.3
Ingevolge artikel 1:377a BWA hebben het kind en de niet met het gezag belaste ouder recht op omgang met elkaar. Het gerecht zal, mede gelet op het advies van de Voogdijraad en het verhoor van de minderjarige, in het belang van de minderjarige de navolgende omgangsregeling vaststellen.
2.4
De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
beëindigt het gezamenlijk gezag van [Verzoeker] en [Verweerster] over de minderjarige [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba,
bepaalt dat het gezag over voornoemde minderjarige voortaan alleen aan de moeder, [Verweerster], toekomt,
bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige als volgt:
- drie keer per week vanaf 13:00 uur tot 15:00 uur, waarbij de vader de minderjarige van school ophaalt en 15:00 uur naar moeder terugbrengt,
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 3 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.