ECLI:NL:OGEAA:2020:85
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechter-commissaris wijst verzoek tot opheffing inbewaringstelling af ondanks lopende voorlopige voorziening
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, werd op 25 september 2019 in bewaring gesteld door de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. De rechter-commissaris verklaarde deze vrijheidsontneming rechtmatig. Op 31 januari 2020 diende verzoeker een verzoek in ex artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) om de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring te toetsen.
De asielaanvraag van verzoeker was op 23 december 2019 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening die de afwijzende beschikking zou schorsen. De behandeling van dit verzoek werd uitgesteld tot 12 februari 2020.
De rechter-commissaris overwoog dat het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening de werking van de afwijzende asielbeschikking niet schorsen, waardoor uitzetting mogelijk blijft. Hoewel de voorlopige voorziening tijdelijk uitstel van uitzetting brengt, staat dit niet in de weg aan de rechtmatigheid van de bewaring. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen afzienbare tijd in de voorlopige voorziening zal worden beslist. Daarom is het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig en werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de inbewaringstelling wordt afgewezen; het voortduren van de bewaring is rechtmatig.