Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker],
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Wettelijk kader
tandpunten van partijen
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, kwam Aruba binnen als toerist met een verblijfsduur van vijftien dagen. Na het verlopen van deze termijn verbleef zij zonder geldige verblijfstitel en werd zij aangetroffen terwijl zij werkte zonder registratie. Verweerder vaardigde een bevel tot uitzetting en inbewaringstelling uit.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg schorsing van het uitzettingsbevel in afwachting van haar asielaanvraag. Zij had een afspraak gemaakt bij DIMAS voor 17 januari 2020 om haar asielwens te formaliseren. Verweerder stelde haar in de gelegenheid om het asielverzoek in te dienen, wat zij op 11 januari 2020 deed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het uitzettingsbevel terecht was uitgevaardigd op grond van het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning en het illegaal verblijf. Het feit dat verzoekster een afspraak had gemaakt voor een asielaanvraag maakte haar verblijf niet rechtmatig. Omdat verzoekster het asielverzoek had ingediend en niet zou worden uitgezet tot de beslissing daarop, was er geen sprake van schending van het non-refoulementverbod.
Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel werd daarom afgewezen. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel wordt afgewezen omdat verzoekster haar asielverzoek heeft ingediend en niet wordt uitgezet tot beslissing.