ECLI:NL:OGEAA:2020:592

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 februari 2020
Publicatiedatum
26 augustus 2022
Zaaknummer
AR AUA201903435
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening verbod vervreemding recht van erfpacht perceel te Aruba

In deze civiele zaak vordert eiseres dat zij het perceel, waarop zij een woning huurt van het Land Aruba, in eigendom verkrijgt dan wel dat het Land het perceel in erfpacht aan haar uitgeeft. Tevens verzoekt zij in een incident om het Land te verbieden het recht van erfpacht op het perceel te vervreemden of te bezwaren zolang de hoofdzaak loopt.

Het Gerecht stelt dat het oordeel in het incident voorlopig is en niet bindend voor de hoofdzaak. Om de hoofdzaak zinvol te kunnen behandelen, wordt het Land Aruba verboden het recht van erfpacht te vervreemden of te bezwaren totdat in de hoofdzaak vonnis wordt gewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.

Verder wordt een comparitie gelast waarbij partijen in persoon of met een bevoegd vertegenwoordiger moeten verschijnen om inlichtingen te geven en te bespreken of het geschil minnelijk kan worden opgelost. Verdere beslissingen worden aangehouden. Dit vonnis is uitgesproken op 12 februari 2020 door rechter M.E.B. de Haseth.

Uitkomst: Het Land Aruba wordt verboden het recht van erfpacht op het perceel te vervreemden of te bezwaren totdat in de hoofdzaak vonnis wordt gewezen.

Uitspraak

Vonnis van 12 februari 2020
Behorend bij AUA201903435
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in het incident in de zaak van:
[Eiseres],
te Aruba,
hierna te noemen: [eiseres],
procederend in persoon,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
LAND ARUBA,
te Aruba,
hierna te noemen: het Land,
gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ).

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het inleidend verzoekschrift met producties, tevens inhoudende een incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening;
- de conclusie van antwoord met producties.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident en rolbeschikking in de hoofdzaak.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Partijen hebben een overeenkomst gesloten waarbij [eiseres] de woning op het perceel [adres] te Aruba (hierna: het perceel) met ingang van 1 september 1994 huurt van het Land. Partijen zijn daarbij ook overeengekomen dat aan [eiseres] het recht van eerste optie wordt verleend tot het verkrijgen van het perceel in erfpacht.

3.DE VERZOEKEN EN HET VERWEER

3.1
Het verzoek in de hoofdzaak strekt er onder meer toe dat het Gerecht voor recht verklaart dat [eiseres] het perceel in eigendom heeft verkregen dan wel het Land beveelt om het perceel in erfpacht aan haar uit te geven.
Het verzoek in het incident strekt ertoe het Land te verbieden het recht van erfpacht op het perceel hangende de procedure in de hoofdzaak te vervreemden dan wel te bezwaren.
3.2
Het Land voert verweer, strekkende tot afwijzing van de vordering.

4.DE BEOORDELING

In het incident
4.1
Het Gerecht stelt voorop dat het oordeel in het incident een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de hoofdzaak. Teneinde de behandeling van en de beslissing op de vordering in de hoofdzaak op zinvolle wijze te kunnen laten plaatsvinden, en na afweging van de belangen van partijen, zal het Gerecht de in de beslissing op te nemen ordemaatregel als voorlopige voorziening treffen.
4.2
De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.
In de hoofdzaak
4.3
Het gerecht heeft kennisgenomen van de gedingstukken en vindt het zinvol om inlichtingen te krijgen en/of met partijen te bespreken of een minnelijke regeling van (een deel van) het geschil mogelijk is. Daarom zal hierna een comparitie gelast worden, waarop [eiseres] in persoon en het Land deugdelijk vertegenwoordigd moeten komen.
4.4
Als een partij niet komt kan het gerecht daaraan het gevolg verbinden – ook in het nadeel van die partij – dat het gerecht passend vindt.
4.5
De partij die zich bij de comparitie op schriftelijke (bewijs)stukken wil beroepen, moet die stukken op de derde (de voor-voorlaatste) werkdag voor de dag van de zitting in fotokopie aan zijn wederpartij en aan het gerecht over te leggen.
4.6
Voor de comparitie wordt in beginsel één uur uitgetrokken. Partijen kunnen hun zaak ter comparitie vijf minuten bepleiten. Als een partij de vastgestelde spreektijd overschrijdt, kan de rechter haar het woord ontnemen.
4.7
De partij die is verhinderd om op de hierna te bepalen datum en tijdstip op de zitting te komen, moet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis per brief aan de rechter een verzoek om uitstel indienen. Bij het verzoek om uitstel moeten ook de verhinderdata worden opgegeven van alle partijen en hun gemachtigden gedurende de drie komende maanden. Indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis om uitstel is verzocht, zal nog slechts uitstel worden verleend in geval van overmacht. In dat geval moet de partij die wegens overmacht is verhinderd te verschijnen, onmiddellijk na het intreden van die overmacht per brief aan de rechter een gemotiveerd verzoek om uitstel doen.
4.8
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE UITSPRAAK:

De rechter in dit Gerecht:
in het incident:
verbiedt het Land om het recht van erfpacht op het perceel, plaatselijk bekend [adres] te Aruba, te vervreemden dan wel te bezwaren totdat in de hoofdzaak vonnis wordt gewezen;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
houdt iedere verdere beslissing aan;
in de hoofdzaak:
beveelt een verschijning van partijen (comparitie), voor het geven van inlichtingen en om te bespreken of het geschil op een andere manier kan worden opgelost dan door voort te procederen, op de terechtzitting van mr. M.E.B. de Haseth in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat 51 te Oranjestad, Aruba op
vrijdag 20 maart 2020om
14.00 uur;
bepaalt dat de partijen dan in persoon, rechtspersonen vertegenwoordigd door een statutaire directeur of een gevolmachtigde die inhoudelijk van de zaak op de hoogte is en die volledig bevoegd is om een vaststellingsovereenkomst te sluiten, aanwezig moeten zijn;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.