Verzoeker trad op 2 januari 2020 in dienst bij The Mill als Director of Loss Prevention & Safety met een arbeidsovereenkomst waarin een proeftijd van twee maanden was opgenomen. Op 29 februari 2020 ontving verzoeker een e-mail waarin The Mill het dienstverband per direct beëindigde, nog binnen de proeftijd.
Verzoeker stelde dat de proeftijd op 1 maart 2020 was verstreken en dat de opzegging niet rechtsgeldig was, onder meer omdat hij de opzegging pas op 2 maart 2020 had gelezen en omdat de opzegging niet door het bevoegde gezag was gedaan. The Mill betwistte deze stellingen en voerde aan dat de proeftijd 60 dagen bedroeg, tot en met 2 maart 2020, en dat de opzegging tijdig was ontvangen.
Het Gerecht oordeelde dat de proeftijd 60 dagen bedroeg en liep tot en met 2 maart 2020, waardoor de opzegging op 29 februari 2020 tijdig was gedaan. Het feit dat verzoeker de e-mail pas op 2 maart opende, stond de werking van de opzegging niet in de weg. Verder was vastgesteld dat de opzegging namens The Mill was gedaan en niet door de HR Director persoonlijk, en dat er geen bewijs was voor misbruik van het proeftijdbeding.
Daarom werd geconcludeerd dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig binnen de proeftijd was opgezegd. De vorderingen van verzoeker tot nietigheid van het ontslag en loonbetaling werden afgewezen. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.