ECLI:NL:OGEAA:2020:49

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
AUA201901532
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige na vaststellingsovereenkomst

In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 11 februari 2020 een beschikking gegeven betreffende het gezamenlijk gezag over een minderjarige geboren in 2017. Eerder was een onderzoek ingesteld door de Voogdijraad naar de risico's van gezamenlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige.

Op 5 december 2019 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin zij overeenkwamen het gezag gezamenlijk uit te oefenen. De moeder verzet zich niet langer tegen het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag. Het gerecht constateerde geen bezwaren tegen gezamenlijke gezagsuitoefening en besloot het verzoek toe te wijzen.

Daarnaast werd het verzoek om een omgangsregeling te bepalen als ingetrokken beschouwd, aangezien partijen de zaak kennelijk in der minne hebben geregeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen dragen ieder hun eigen kosten.

Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag over de minderjarige wordt toegewezen en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Beschikking van 11 februari 2020
Behorend bij EJ nr. AUA201901532
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[Verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards,
tegen
[Verweerster],
wonende in Aruba,
VERWEERSTER, hierna de moeder,
In persoon
Belanghebbende:
[Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in Aruba,
de minderjarige.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 3 september 2019, waarbij de Voogdijraad is verzocht een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de vraag of in dit geval een onaanvaardbaar risico voor de minderjarige bestaat dat zij klem of verloren zou raken tussen de ouders, indien zij het gezag gezamenlijk zouden uitoefenen, alsmede ter beantwoording van de vragen bij welke ouder het hoofdverblijf van de minderjarige moet worden bepaald en op welke wijze invulling dient te worden gegeven aan het omgangsrecht van de niet-verzorgende ouder.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de door partijen op 5 december 2019 ondertekende vaststellingovereenkomst, overgelegd op 10 december 2019.

2.DE VERDER BEOORDELING

2.1.
Partijen zijn overeengekomen dat zij voortaan het gezag over de minderjarige gezamenlijk zullen uitoefenen en hebben verzocht deze overeenkomst aan de beschikking c.q. proces-verbaal te hechten.
Uit vorenbedoelde overeenkomst kan worden afgeleid dat de moeder zich niet (meer) verzet tegen het verzoek van de vader om mede met haar met het gezag over de minderjarige te worden belast. Nu het gerecht niet van bezwaren tegen gezamenlijke gezagsuitoefening is gebleken, zal het verzoek van de vader worden toegewezen.
2.2
Nu partijen de zaak kennelijk verder in der minne wensen te regelen althans hebben geregeld, zal het gerecht het verzoek van de vader om een omgangsregeling te bepalen, als ingetrokken beschouwen.

3.DE BESLISSING

Het gerecht:
bepaalt dat de vader, [Verzoeker], voortaan gezamenlijk met de moeder, [Verweerster], het gezag over [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in Aruba, zal uitoefenen,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van 11 februari 2020 in aanwezigheid van de griffier.