Uitspraak
1.[naam bewindvoerder],
[naam eiseres 1](hierna te noemen: [eiseres 1]) teneinde voor haar het bewind te voeren over haar aandeel in de nalatenschap van wijlen [naam wijlen 1] en die van wijlen [naam wijlen 2],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele procedure stond de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst centraal, gesloten tussen meerdere partijen over een perceel onroerend goed. De eiser, handelend als bewindvoerder over een nalatenschap, stelde dat zij bij het aangaan van de overeenkomst uitging van een onjuiste veronderstelling dat alleen zij en een gedaagde deelgerechtigd waren tot het perceel.
De gedaagden betwistten dit, maar het gerecht oordeelde dat alle partijen een verkeerde voorstelling van zaken hadden omtrent de eigendomsverhoudingen. De eiser stelde dat bij een juiste kennis van de situatie de overeenkomst niet zou zijn gesloten. De gedaagde kon dit niet tegenspreken met een zogeheten 'tenzij-situatie' ex artikel 6:228 lid 1 sub c BW Pro.
Verder verklaarden andere deelgerechtigden dat zij niet bereid waren tot medewerking aan de levering van het onroerend goed, wat de stelling van de gedaagde ondermijnde. Het gerecht concludeerde dat de vaststellingsovereenkomst vernietigd moest worden wegens wederzijdse dwaling. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst wordt vernietigd wegens wederzijdse dwaling.