ECLI:NL:OGEAA:2020:423
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening asiel wegens ontbreken gegronde vrees vervolging
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielverzoek in na zijn aanhouding op Aruba. Hij stelde te vrezen voor vervolging door de Venezolaanse overheid vanwege zijn politieke overtuiging en lidmaatschap van een oppositiepartij. Verweerder wees het asielverzoek af wegens onvoldoende bewijs van gegronde vrees voor vervolging en het ontbreken van een poging tot bescherming in het land van herkomst of elders.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening op grond van artikel 54 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) om de afwijzing te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en dat het niet aannemelijk is geworden dat verzoeker een reëel risico loopt op vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechter stelde dat het late indienen van het asielverzoek, het ontbreken van geloofwaardige onderbouwing en het feit dat verzoeker legaal vanuit Venezuela naar Aruba reisde, afbreuk doen aan de oprechtheid van het verzoek. Ook de algemene situatie in Venezuela rechtvaardigt geen voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de afwijzing van het asielverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde vrees voor vervolging.