ECLI:NL:OGEAA:2020:400
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding bij verblijfsvergunning niet-ontvankelijk verklaard
Appellante, houder van de Colombiaanse nationaliteit, had een tijdelijke verblijfsvergunning en verzocht om een vergunning in het kader van gezinshereniging. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen, waarna zij bezwaar maakte. Bij de beslissing op bezwaar werd haar alsnog een verblijfsvergunning verleend.
Appellante vorderde vergoeding van proceskosten die zij maakte voor rechtskundige bijstand bij het bezwaar. Verweerder stelde dat het bezwaar niet bedoeld is om proceskosten te verkrijgen en dat een civiele procedure daarvoor geschikt is.
Het gerecht oordeelde dat de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) niet voorziet in een verplichting tot vergoeding van proceskosten bij toekenning van een verblijfsvergunning. Aangezien appellante door het beroep niet in een gunstiger positie kan komen, ontbrak het aan belang en werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast werd ingegaan op het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij werd verduidelijkt dat een vergoeding alleen mogelijk is indien het beroep tot vernietiging van de beschikking leidt. Een zelfstandig schadebesluit kan alleen worden gevraagd voor het aandeel van het bestuursorgaan in de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het niet toekennen van proceskostenvergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.