ECLI:NL:OGEAA:2020:392
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering vergunning tijdelijk verblijf als maintenance man in Aruba
Appellant, van Venezolaanse nationaliteit, had een eerste vergunning tot tijdelijk verblijf als sportbeoefenaar ontvangen, welke later werd gewijzigd in een vergunning als maintenance man bij een specifieke werkgever. Na intrekking van de garantstelling door de sportvereniging werd een verlengingsaanvraag ingetrokken. Een nieuwe aanvraag tot verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met werktoestemming werd afgewezen door verweerder, de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Tijdens de zitting verscheen appellant niet, maar verweerder voerde verweer dat appellant sinds 25 mei 2017 illegaal in Aruba verbleef en dat de aanvraag als een eerste aanvraag moest worden beschouwd, waarvoor het uitlandigheidsvereiste geldt: de beslissing moet in het buitenland worden afgewacht.
Appellant voerde onder meer aan dat de weigering in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en andere bestuursrechtelijke beginselen, verwijzend naar een vergelijkbaar geval. Het gerecht oordeelde echter dat er geen sprake was van gelijke gevallen en dat verweerder terecht gebruik maakte van zijn bevoegdheid om de vergunning te weigeren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning tot tijdelijk verblijf met werktoestemming is ongegrond verklaard.