ECLI:NL:OGEAA:2020:380
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering Pemaxawo N.V. tegen vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Pemaxawo N.V. vorderde betaling van een bedrag van Afl. 26.996,41 plus wettelijke rente van de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam VBA]. De vordering was gebaseerd op een veronderstelde voortzetting van een vergoedingsovereenkomst die eerder tussen [naam VBA] en Omira was gesloten. [Naam VBA] voerde verweer en stelde dat er geen overeenkomst bestond tussen partijen die een dergelijke vergoeding verplichtte.
Het Gerecht stelde vast dat Pemaxawo onvoldoende feitelijke onderbouwing had geleverd voor haar vordering, met name omdat niet was aangetoond dat de tussen [naam VBA] en Omira gemaakte afspraken ook voor Pemaxawo golden. Daarnaast was niet duidelijk welke werkzaamheden tegen welke prijs waren verricht. Daarom werd de vordering afgewezen.
In de voorwaardelijke reconventie stelde [naam VBA] dat de overeenkomst met Pemaxawo wegens wanprestatie was ontbonden en vorderde terugbetaling van onverschuldigde betalingen. Deze eis werd niet ontvankelijk verklaard omdat de ontbinding niet was aangetoond. Wel werd [naam VBA] veroordeeld tot vergoeding van kosten die Pemaxawo had gemaakt voor onnodige verdediging.
Het vonnis werd uitgesproken op 30 september 2020 door het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, waarbij Pemaxawo werd veroordeeld in de conventionele proceskosten en [naam VBA] in de kosten van de reconventionele procedure.
Uitkomst: De geldvordering van Pemaxawo wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.