ECLI:NL:OGEAA:2020:365

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 september 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
AUA201904099
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 136 lid 2 RvArt. 137 lid 2 RvProcesreglement 2018
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling na verkeersongeval en schuldbekentenis

Op 13 mei 2018 vond een verkeersongeval plaats tussen de auto van eiseres en die van gedaagde. De politie stelde vast dat gedaagde de veroorzaker was en dat hij zijn schuld had erkend. Eiseres maakte kosten van Afl. 4.010,91 voor de reparatie van haar auto. Gedaagde tekende op 10 januari 2019 een schuldbekentenis, waarin hij erkende Afl. 4.957,42 verschuldigd te zijn, inclusief een afbetalingsregeling.

Gedaagde betaalde tot op heden Afl. 1.200,- en voerde verweer dat hij de schuldbekentenis uit angst en onder dwang had getekend en dat hij de schuld niet kon betalen. De rechtbank oordeelde dat de schuldbekentenis een dwingend bewijs vormt en dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat hij onder dwang had getekend, waardoor hij niet aan zijn stelplicht voldeed.

De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het resterende bedrag van Afl. 2.810,91, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 november 2019, en tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 375,-. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van eiseres toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 2.810,91 plus rente en incassokosten.

Uitspraak

Vonnis van 16 september 2020
Behorend bij AR nr. AUA201904099
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[EISERES],
wonende te Aruba, [Adres],
EISERES,
hierna ook te noemen: [Eiseres],
procederend in persoon,
tegen:
[GEDAAGDE],
wonende te Aruba, [Adres],
GEDAAGDE,
hierna ook te noemen: [Gedaagde],
gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeschikking van 26 februari 2020 waarbij de comparitie van partijen is bevolen;
- de mondelinge behandeling van 25 juni 2020.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Op 13 mei 2018 heeft ter hoogte van Palm Beach Plaza in Aruba een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij twee auto’s, te weten die van [eiseres] met nummerplaat [kentekennummer eiseres] en die van [gedaagde] met nummerplaat [kentekennummer gedaagde] waren betrokken.
2.2
In het mutatierapport van de politie (met mutatie nummer 517642) is vermeld dat [gedaagde] veroorzaker van het auto-ongeluk is. Verder is daarin vermeld dat [gedaagde] zijn schuld heeft bekend en te kennen heeft gegeven dat hij de plaats van het ongeluk heeft verlaten, omdat hij dacht dat er geen schade was en omdat hij haast had.
2.3
Door het ongeval is schade veroorzaakt aan de auto van [eiseres]. [Eiseres] heeft een bedrag van Afl. 4.010,91 aan kosten gemaakt ter reparatie van haar auto.
2.4
In een akte van 10 januari 2019 staat onder meer het volgende:
“De ondergetekende,
de heer [gedaagde], (..), hierna te noemen de schuldenaar, verklaart hiermede wel en deugdelijk schuldig te zijn aan mevrouw
[eiseres],(…), hierna te noemen de schuldeiser, de somma van AWG 4.957,42.
hoofdsom t/m 13/12/2018 AWG 4.010.91 (…)”
De akte is ondertekend door [gedaagde] en voorzien van een goedschrift.
De ondertekening van deze akte, waarin ook een afbetalingsregeling van Afl. 400,- per maand ingaande 31 januari 2018 is vermeld, heeft plaatsgevonden ten kantore van Roos Gerechtsdeurwaarders en Incasso.
2.5 [
Gedaagde] heeft tot op heden een bedrag van totaal Afl. 1.200,- bij de deurwaarder betaald.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [
Eiseres] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Afl. 4.010,91, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.
3.2 [
Gedaagde] voert hiertegen gemotiveerd verweer. [Gedaagde] betwist dat hij de veroorzaker van het verkeersongeval is geweest. Verder voert hij aan dat hij de schuldbekentenis uit angst en onder dwang heeft ondertekend. Voorts kan hij het volgens die schuldbekentenis aan [eiseres] verschuldigde bedrag niet betalen.

4.DE BEOORDELING

4.1
De vordering van [eiseres] strekt tot nakoming van de betalingsverplichting, voortvloeiend uit de schuldbekentenis.
4.2
Ingevolge artikel 136 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) leveren onderhandse akten ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring. De akte van 10 januari 2019 is een onderhandse akte in deze zin. Voor een schuldbekentenis geldt voorts dat is voldaan aan het in artikel 137 lid 2 laatste Pro volzin Rv bedoelde goedschrift. Daaraan is in dit geval voldaan. Dat brengt met zich dat deze akte tussen partijen dwingend bewijs oplevert van de verklaring van [gedaagde] dat hij [eiseres] Afl. 4.957,42, waarvan Afl. 4.01,91 aan hoofdsom, schuldig is.
4.3
De stelling van [gedaagde] dat de schuldbekentenis door hem uit angst en onder dwang is getekend, wordt verworpen. [Gedaagde] heeft deze stukken op het kantoor van Roos Gerechtsdeurwaarders en Incasso en in aanwezigheid van de deurwaarder getekend. Waaruit de angst en de dwang concreet zou hebben bestaan, heeft [gedaagde] niet duidelijk gemaakt. Daarmee heeft hij op dit punt niet aan zijn stelplicht voldaan.
4.4
Ter zitting heeft [eiseres] bevestigd dat [gedaagde] inmiddels Afl.1.200,- op de hoofdsom bij de deurwaarder heeft betaald. Gelet op het voorgaande is toewijsbaar het bedrag van Afl. 2.810,91 (Afl. 4.010,91 – Afl. 1.200,-).
4.5
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen conform het Procesreglement 2018, liquidatietarief 2.
4.6
De gevorderde wettelijke rente wordt op na te melden wijze toegewezen.
4.7 [
Gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op Afl. 50,- aan griffierechten.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit Gerecht, recht doende,
5.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 2.810,91, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 november 2019 tot de dag der algehele voldoening;
5.2
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van Afl. 375,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.3
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, welke kosten tot op heden aan de zijde van [eiseres] worden begroot op Afl. 50,- aan griffierechten;
5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 september 2020 in aanwezigheid van de griffier.