ECLI:NL:OGEAA:2020:310
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige in kort geding
De vader verzocht in kort geding om de hoofdverblijfplaats van zijn 9-jarige dochter, geboren uit zijn relatie met de moeder, voorlopig bij hem in Nederland te plaatsen. Dit verzoek volgde op het vertrek van de moeder naar Ecuador, waarbij de minderjarige tijdelijk bij haar grootouders verbleef. De moeder was niet verschenen en verstek was verleend.
De raadsonderzoeker en de (stief)grootvader gaven aan dat de minderjarige adequaat wordt verzorgd bij de grootouders. De voorzieningenrechter overwoog dat een wijziging van de verblijfplaats van een minderjarige zonder gedegen onderzoek niet passend is, zeker niet bij een verhuizing naar een voor het kind onbekende omgeving zonder acuut gevaar.
Het enkele feit dat de moeder tijdelijk in het buitenland verblijft vanwege medische omstandigheden en reisbeperkingen door COVID-19, en dat de minderjarige bij grootouders verblijft, is onvoldoende om het verzoek te honoreren. Ook het door de vader aangevoerde woonverzoek van de minderjarige weegt niet zwaar.
Daarom werd het verzoek afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en ongeschiktheid van de procedure voor deze vordering. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige wijziging van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.