ECLI:NL:OGEAA:2020:299

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 juli 2020
Publicatiedatum
20 juli 2020
Zaaknummer
241 van 2020
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:154 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 2:155 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 1:123 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 1:19 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 1:20 Wetboek van Strafrecht Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor mensensmokkel en illegale tewerkstelling in Aruba

De verdachte is door het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba veroordeeld voor mensensmokkel en het medeplegen van illegale tewerkstelling van een persoon die illegaal in Aruba verbleef. Het onderzoek vond plaats op 25 juni 2020 en het vonnis werd uitgesproken op 16 juli 2020. De verdachte had de aangeefster uit winstbejag naar Aruba gehaald, haar onderdak geregeld en haar gedurende minstens drie maanden tewerkgesteld terwijl zij illegaal verbleef.

De tenlastelegging betrof het adviseren en faciliteren van de aangeefster om Aruba binnen te komen met een toeristenvisum, wetende dat zij niet als toerist kwam maar om te werken, en het laten werken van haar in een bar ondanks het illegale verblijf. Het Gerecht achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen en kwalificeerde ze als mensensmokkel en medeplegen van illegale arbeid.

De opgelegde straf is een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 247 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van voorarrest. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ter hoogte van Afl. 25.712,43 werd gemotiveerd betwist en niet-ontvankelijk verklaard omdat onvoldoende verband bestond tussen het bewezenverklaarde en de gevorderde schade.

Het vonnis benadrukt de ernst van het misdrijf, de ondermijning van het Arubaanse beleid tegen illegaal verblijf en arbeid, en de bescherming van de belangen van de aangeefster en de legale branche. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 360 dagen gevangenisstraf waarvan 247 dagen voorwaardelijk voor mensensmokkel en illegale tewerkstelling.

Uitspraak

Parketnummer: P-2019/17053
Zaaknummer: 241 van 2020
Uitspraak: 16 juli 2020 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteland],
wonende in [woonplaats], [adres].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2020. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez, advocaat in Aruba.
De benadeelde partij, [benadeelde partij], heeft zich, bij monde van haar gemachtigde mw. M.R.M. Reinkemeyer, ter terechtzitting in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. R.J. Wildeman, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen waarvan 247 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaren, met aftrek van voorarrest.
Haar vordering behelst voorts de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in hetgeen zij heeft gevorderd.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

zij
in de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 augustus 2019, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, uit winstbejag, een ander te weten,
[benadeelde partij]behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Aruba, en/of
[benadeelde partij]daartoe uit winstbejag gelegenheid en/of middelen heeft verschaft, door:
- voornoemde
[benadeelde partij]te hebben geadviseerd hoe Aruba binnen te komen op een toeristen visum en/of
- dat zij willens en wetens voornoemde
[benadeelde partij]hebben geadviseerd onder valse voorwendselen – een toeristenvisum- Aruba binnen te komen, wetende dat zij niet als toerist kwam maar om te gaan werken in
[bedrijfspand]en/of
- zij -teneinde
[benadeelde partij]in Aruba binnen te krijgen- op het vliegveld de immigratieambtenaar te woord hebben gestaan toen er problemen waren voor voornoemde
[benadeelde partij]om het land binnen te komen en/of
- voor die
[benadeelde partij]onderdak te hebben geregeld,
terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was;

Feit 2

zij
in de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 augustus 2019, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten,
[benadeelde partij], die zich wederrechtelijk toegang tot en/of verblijf in Aruba heeft verschaft, krachtens overeenkomst en/of aanstelling arbeid heeft doen verrichten, terwijl zij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die toegang of dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededaders,
- voornoemde
[benadeelde partij]onder valse voorwendselen- met een toeristenvisum- op Aruba laten komen en met de enkele bedoeling om in
[bedrijfspand]te gaan werken als bartender terwijl zij wisten dat zij niet mocht werken op Aruba en/of dat zij (in ieder geval na ommekomst van het toeristenvisum) illegaal op het eiland was en/of
- die
[benadeelde partij]een arbeidsovereenkomst hebben gegeven bij
[bedrijfspand], de zaak van verdachte [verdachte] en/of
- die
[benadeelde partij]hebben laten werken bij
[bedrijfspand]en/of
- die
[benadeelde partij](gedeeltelijk) hebben betaald voor haar werkzaamheden.
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

Feit 1

zij in de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 augustus 2019, in Aruba,

tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, uit winstbejag, een ander te weten,
[benadeelde partij]behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Aruba, en
/of[benadeelde partij]daartoe uit winstbejag gelegenheid en
/ofmiddelen heeft verschaft
,door:
- voornoemde
[benadeelde partij]te hebben geadviseerd hoe Aruba binnen te komen op een toeristen visum en
/of
-
dat zijwillens en wetens voornoemde
[benadeelde partij]tehebben geadviseerd onder valse voorwendselen -
meteen toeristenvisum - Aruba binnen te komen, wetende dat zij niet als toerist kwam maar om te gaan werken in
[bedrijfspand]en
/of
-
zij- teneinde
[benadeelde partij]in Aruba binnen te krijgen - op het vliegveld de immigratieambtenaar te woord hebben gestaan toen er problemen waren voor voornoemde
[benadeelde partij]om het land binnen te komen en
/of
- voor die
[benadeelde partij]onderdak te hebben geregeld,
terwijl zij, verdachte, en
/ofhaar mededader
(s)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoedendat dat verblijf wederrechtelijk was;

Feit 2

zij
in de periode van 15 mei 2019 tot en met 22 augustus 2019, in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, een ander, te weten,
[benadeelde partij], die zich wederrechtelijk toegang tot en
/ofverblijf in Aruba heeft verschaft, krachtens overeenkomst
en/of aanstellingarbeid heeft doen verrichten, terwijl zij wist
of ernstige reden had om te vermoedendat die toegang
en/ofdat verblijf wederrechtelijk was,
immers
heeft/hebben verdachte en
/ofhaar mededader
s,
- voornoemde
[benadeelde partij]onder valse voorwendselen - met een toeristenvisum - op Aruba laten komen en met de enkele bedoeling om in [bedrijfspand] te gaan werken als bartender terwijl zij wisten dat zij niet mocht werken op Aruba en
/ofdat zij (in ieder geval na ommekomst van het toeristenvisum) illegaal op het eiland was en
/of
- die
[benadeelde partij]een arbeidsovereenkomst
hebbengegeven bij
[bedrijfspand], de zaak van verdachte
[verdachte]en
/of
- die
[benadeelde partij]hebbenlaten werken bij
[bedrijfspand]en
/of
- die
[benadeelde partij](gedeeltelijk
) hebbenbetaald voor haar werkzaamheden.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (
cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
1. Mensensmokkel, begaan in vereniging door twee of meer personen,
strafbaar gesteld bij artikel 2:154, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafrecht van Aruba juncto het derde lid van dit artikel.
2. Medeplegen van een ander, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Aruba heeft verschaft, krachtens overeenkomst arbeid doen verrichten, terwijl zij weet dat die toegang of dat verblijf wederrechtelijk is,
strafbaar gesteld bij artikel 2:155, eerste lid, juncto artikel 1:123 van Pro het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan mensensmokkel en tewerkstelling van aangeefster die illegaal in Aruba verbleef. Daarbij zijn wettelijke regels inzake de Landsverordening toelating en uitzetting bewust omzeild, waarvan een ontwrichtende werking op de samenleving uit gaat.
Verdachte en de medeverdachte hebben aangeefster uit winstbejag naar Aruba gehaald, onderdak voor haar geregeld, en gedurende een periode van in ieder geval drie maanden, terwijl zij illegaal in Aruba verbleef, te werk gesteld en in de bar van de verdachte laten werken. Zij hebben door zo te handelen misbruik gemaakt van de kennelijke grote wens van aangeefster om in Aruba te verblijven en te werken, terwijl dit ten tijde van de strafbare feiten op legale wijze voor haar niet mogelijk was. Zij wisten dat aangeefster illegaal in Aruba verbleef, weinig kan doen om haar rechten af te dwingen en geen ziektekostenverzekering had. Daarmee hebben de verdachte en de medeverdachte niet alleen de belangen van aangeefster geschonden, zij hebben ook de belangen die de Arubaanse overheid heeft bij het verwezenlijken van haar beleid ter zake van illegaal verblijf van vreemdelingen in Aruba en de bestrijding van illegale arbeid in Aruba ondermijnd. Bovendien leidt dit handelen tot nadeel voor de branche genoten die wel overeenkomstig de geldende voorschriften handelen. Het Gerecht rekent dit de verdachte zwaar aan.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, passend en geboden is. Het Gerecht zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Het voorwaardelijke strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Schadevergoeding
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt totaal Afl. 25.712,43, bestaande uit Afl. 20.712,43 aan materiële schade en Afl. 2.500,- aan immateriële schade.
De verdediging heeft de vordering gemotiveerd betwist.
Het Gerecht overweegt dienaangaande als volgt.
Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden, indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht, bezien in het licht van de bewezenverklaring, onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks de gevorderde schade heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom niet worden ontvangen en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De vordering van de benadeelde partij ter zake materiële schade is bovendien ook niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte te zijner verdediging tegen de vordering gemaakt. Door of namens de verdachte is niet naar voren gebracht dat zulke kosten zijn gemaakt, zodat die kosten dienen te worden begroot op nihil.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20 en 1:62 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
driehonderdenzestig (360) dagen;
bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot
tweehonderdzevenenveertig (247) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op
drie (3) jaren,aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten voor zover die betrekking hebben op de vordering van de benadeelde partij, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door mw. M.E. Kelly, (zittingsgriffier), en op 16 juli 2020 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.